Nieuws

Wat zeggen ICES-cijfers nu echt over de palingstand?

17 december 2019 – Op 8 november presenteerde ICES, de International Council for Exploration of the Seas, haar advies voor het palingbeheer voor 2020. Je zou denken: nu weet iedereen waar we aan toe zijn. Maar vrijwel meteen waren er als reactie allerlei verschillende interpretaties van dit advies te lezen. Volgens de een is er een ‘duidelijke stijging’, anderen gaan nog een stapje verder en zeggen dat het ‘stukken beter gaat’ met de paling. De natuur- en milieuorganisaties waarschuwen dat de stand van de paling nog steeds kritiek is. Hoe zit het nu volgens ons?

Een stukje achtergrond; ICES meet de status van de palingstand onder andere op basis van de intrek van jonge glasaal vanuit de Noordzee. Dat is een logische graadmeter, want juist door naar de nieuwe aanwas te kijken, kun je als bioloog bepalen in hoeverre een populatie zichzelf in stand kan houden in de toekomst. ICES kijkt naar de data over lange reeksen van jaren; dit zijn de zogeheten time series, of jaarreeksen. De glasaalintrek schommelt in onze regio sinds het jaar 2000 tussen ruwweg 1 en 2% van de hoeveelheid glasaalintrek die er was in de referentieperiode tussen 1960 en 1979.

Al vele jaren zien we van ICES hetzelfde beeld in de trend, de intrek schommelt rond een laag niveau. Nieuw was dit jaar de opmerking van ICES dat – letterlijk vertaald – de “statistische analyse van de tijdserie van 1980 tot 2019 een verandering laat zien in 2011 in de trend van de glasaalaanwas- index; de aanwas stopte met dalen en is gestegen in de periode tussen 2011 en 2019 met een snelheid die statistisch significant van nul verschilt”, aldus ICES. Dat lijkt goed nieuws! Laten we kijken wat dit precies betekent.

Afbeelding 1. Glasaalaanwas-index tussen 1960 en 2019. Bron: ICES

‘Statistisch significant’ is een term die in dit geval betekent dat een waargenomen toename hoogstwaarschijnlijk niet op toeval berust. Het kan dus niet vertaald worden als ‘belangrijk’, of ‘duidelijk’. Veel belangrijker is de ordegrootte van de stijging die is waargenomen sinds 2011. De stijging betreft tienden van procenten van de waargenomen – zeer lage – glasaalintrek. Die schommelt nog steeds ergens tussen de 1 en 2% van de hoeveelheid in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw en dat is heel weinig. Positief is dat de neergaande trend over de afgelopen periode is omgebogen. Hopelijk is dat een gevolg van alle genomen inspanningen in het waterbeheer en in de visserijsector onder de Europese Aalverordening die sinds 2007 van kracht is en in 2009 in de lidstaten werd geïmplementeerd.

Afbeelding 2. Dit stuk stond ook in Visserijnieuws.

We kunnen hieruit opmaken dat er nog veel werk aan de winkel is. De sinds 2009 genomen maatregelen laten mogelijk hun eerste positieve effecten zien, die effecten zijn op dit moment nog minimaal. Daarom kunnen we echt nog niet achteroverleunen. De algehele toestand van de patiënt is nog steeds kritiek. Laten we met z’n allen zorgen dat de stijgende lijn doorzet en het herstel van de palingstand versnelt. Zoals bioloog Willem Dekker in Visserijnieuws aangaf, moeten we kritisch naar de Aalverordening kijken en moeten we inzetten op de noodzakelijke bescherming van de paling in heel Europa. Ook waar het gaat om het aanpakken van illegale glasaalhandel naar China en het opheffen van de migratieblokkades. Daar moet nog veel gebeuren. Vanuit de Good Fish Foundation zetten wij ons hier de komende jaren, samen met kennisorganisatie RAVON, vol voor in. Dat kunnen we doen met financiële steun van de Nationale Postcode Loterij en door samen te werken met overheden, waterbeheerders en de palingsector. Die samenwerking is gebaat bij eerlijke en betrouwbare informatie en een open dialoog.

Dr. Christien Absil is mariene bioloog en directeur van de Good Fish Foundation

Delen