Tong (Sliptong)

Keurmerk kweek
/Keurmerk Wild
Groen
Tweede keus
Vermijden
Bijvangst

Tong (Sliptong)

Solea solea
  • jan
  • feb
  • mrt
  • apr
  • mei
  • jun
  • jul
  • aug
  • sep
  • okt
  • nov
  • dec
Herkomst

Atlantische Oceaan, noordoostelijke (FAO 27)

Kweek- / Vangstmethode

Sleepnetten

Visstand en visserijdruk
Ecosysteem effecten
Visserijbeheer
Eindbeoordeling
Uitleg beoordeling

Het tongbestand in de Noordzee is in de afgelopen jaren gegroeid en sinds 2011 weer binnen biologisch veilige grenzen. De visserijdruk is bijna op het niveau dat is vastgesteld in het langetermijnbeheerplan voor tong.

Om sliptong te vangen wordt gevist met de minimum toegestane maaswijdte van 80 mm. Het vissen met deze maastwijdte op tong in de zuidelijke Noordzee leidt tot behoorlijke bijvangsten van ondermaatse, jonge vis, vooral van jonge schol. Sinds de aanlandplicht moet een deel van de ongewenste en ondermaatse bijvangst worden aangeland. Vissen met bodemsleepnetten beroeren de bodem en er is directe verstoring van het bodemleven.

Het beheer van deze visserij is geregeld op EU-niveau en er is een langetermijnbeheerplan voor tong en schol aangenomen. Dit plan pakt positief uit voor tong. Maatregelen zijn echter nodig om de bijvangst en milieueffecten te beperken.

Algemeen

Platvissen

Platvissen liggen vaak gedeeltelijk in het zand verscholen. De bovenste zijde heeft een goede schutkleur, de onderkant is wit. Ze hebben een platte vorm en ogen aan de bovenkant. Een platvis larve heeft  niet een platte vorm, maar de “gewone” vorm van een vis. Na ongeveer 6 weken verplaatst één oog naar de andere kant, dichtbij het andere oog. Vanaf nu zwemt de platvis met de blinde kant onder en met zijn beide ogen aan de boven. De meest bekende platvissoorten in Nederland zijn de schol en tong. Ook zwemt er in de Noordzee veel schar, tarbot, griet, bot en tongschar rond.

 

Tong (Sliptong)