Mantel- of St. Jacobsschelp (coquille)

Keurmerk kweek
/Keurmerk Wild
Groen
Tweede keus
Vermijden
Bijvangst

Mantel- of St. Jacobsschelp (coquille)

Pectinidae
  • jan
  • feb
  • mrt
  • apr
  • mei
  • jun
  • jul
  • aug
  • sep
  • okt
  • nov
  • dec
Herkomst

Atlantische Oceaan (noordoostelijke, noordwestelijke, zuidwestelijke), Stille Oceaan (Noordwestelijke) (FAO 21|27|41|61)

Kweek- / Vangstmethode

Dreggen, Bodemottertrawls

Uitleg beoordeling

De St. Jacobsschelp kent u wellicht als coquille. Dit is namelijk hoe deze soort geregeld genoemd wordt op de menukaart. Wereldwijd zijn er verschillende visserijen op St. Jacobsschelpen die MSC-gecertificeerd zijn. Onder andere in Japan en China, waar de schelpen opgedoken worden of met bodemsleepnetten gevangen worden. Daarnaast zijn de visserijen op St. Jacobsschelpen in Argentinië, de Verenigde Staten, Canada en Schotland MSC-gecertificeerd. Hier worden ze met behulp van dreggen opgevist.

Mantel- of St. Jacobsschelp (coquille)

Pectinidae
  • jan
  • feb
  • mrt
  • apr
  • mei
  • jun
  • jul
  • aug
  • sep
  • okt
  • nov
  • dec
Herkomst

Noordzee (FAO 27)
Deelgebieden: Noorse Zee

Kweek- / Vangstmethode

Handgeraapt, Duiken

Visstand en visserijdruk
Ecosysteem effecten
Visserijbeheer
Eindbeoordeling
Uitleg beoordeling

Sint-Jacobsschelpen worden in Noorwegen uitsluitend duikend met de hand geraapt. Alhoewel biologische en populatie data ontbreekt, wordt op basis van andere bronnen aangenomen dat het bestand stabiel is en de visserij erop duurzaam.

Het opduiken met de hand van schelpen is een zeer selectieve manier van vissen, die geen schade aan het leefgebied veroorzaakt. Dit komt ook ten goede aan de kwaliteit.

Het beheer in dit gebied is grotendeels effectief.

 

Mantel- of St. Jacobsschelp (coquille)

Pectinidae
  • jan
  • feb
  • mrt
  • apr
  • mei
  • jun
  • jul
  • aug
  • sep
  • okt
  • nov
  • dec
Herkomst

Atlantische Oceaan, noordoostelijke (FAO 27)
Deelgebieden: Atlantische Oceaan, noordoostelijke

Kweek- / Vangstmethode

Handgeraapt, Duiken

Visstand en visserijdruk
Ecosysteem effecten
Visserijbeheer
Eindbeoordeling
Uitleg beoordeling

Het visbestand van Sint-Jacobsschelpen variërt sterk in seizoen en plaats. De voorspelling van nieuwe aanwas is moeilijk en bestandsfluctuaties onvoorspelbaar. Over het algemeen geldt dat er geen eenduidig en goed beeld is van deze visserij in dit gebied.

Het opduiken van schelpen met de hand is een zeer selectieve manier van vissen die geen schade aan het leefgebied veroorzaakt. Dit komt ook ten goede aan de kwaliteit.

Er is geen specifiek beheerplanbeheerplan:
Een beheerplan beschrijft de beheersmaatregelen (zoals vangstlimieten) en de evaluatie daarvan voor één of meer visserijen.
en er zijn geen quotaquota:
De maximale hoeveelheid vis van een vissoort die aangeland mag worden per land en per jaar; een instrument om visserijen te reguleren.
vastgesteld. Het beheer is op nationaal niveau geregeld. Wel zijn er plannen voor een EU-breed management voor dit soort kustwatervisserijen.

 

Mantel- of St. Jacobsschelp (coquille)

Pectinidae
  • jan
  • feb
  • mrt
  • apr
  • mei
  • jun
  • jul
  • aug
  • sep
  • okt
  • nov
  • dec
Herkomst

Atlantische Oceaan, noordoostelijke (FAO 27)
Deelgebieden: noordelijke Noordzee

Kweek- / Vangstmethode

Dreggen

Visstand en visserijdruk
Ecosysteem effecten
Visserijbeheer
Eindbeoordeling
Uitleg beoordeling

De Sint-Jacobsschelp is redelijk kwetsbaar voor visserijdruk. De bestanden van de schelp in het Verenigd Koninkrijk, Ierland en Frankrijk zijn de afgelopen tientallen jaren overbevist. Doordat de visserijdruk is afgenomen en de soort wordt gekweekt zou het bestand weer toe kunnen nemen, maar hier zijn nog te weinig gegevens over.

In de dreggendreggen:
Een visserijmethode voor het vangen van o.a. mosselen, oesters en sint-jakobsschelpen, waarbij gebruik gemaakt wordt van stalen frames waaraan een net is bevestigd. Op de voorkant van dit frame zitten vaak stalen punten die fungeren als een soort hark. Hiermee wordt door de bodem geploegd.
kunnen bedreigde roggen en haaien bijgevangen worden. Er is bovendien veel bijvangstbijvangst:
Soorten die worden gevangen naast de soorten waar gericht op wordt gevist. Bijvangst kan bestaan uit te kleine soorten en niet-commerciële soorten, en kan worden gehouden (dit deel wordt soms bijproduct genoemd) of overboord worden gegooid (discards). Bijvangst kunnen ook zeezoogdieren zoals dolfijnen en walvissen zijn, of schildpadden en zeevogels.
van ongewervelden. Er zijn aanwijzingen dat dreggen het ecosysteem op de bodem blijvend beschadigen.

Er is een beheerplan voor de visserij met dreggen op de Sint-Jacobsschelp dat de hoeveelheid dreggen per schip en de hoeveelheid vangstdagen limiteert. Dit is redelijk effectief.

Algemeen

Schelpdieren

Onder de naam schelpdieren vallen meerdere soorten tweekleppige weekdieren, zeeslakken en schelpen. Voorbeelden hiervan zijn de St. Jakobsschelp, mosselen, scheermesjes, oesters, kokkels en de wulk. Schelpdieren leven gedeeltelijk in of op de zeebodem en komen wereldwijd voor. Schelpdieren filteren het water en halen de benodigde voedingsstoffen eruit. Zaad en eitjes worden in het water vrijgelaten en extern bevrucht. De meeste soorten zijn hermafrodiet en kunnen gedurende hun leven zowel eitjes als zaad produceren.  Schelpdieren komen voor in veel verschillende vormen en maten. Deze verscheidenheid is tot op heden onderwerp van wetenschappelijke discussie.

Mantel- of St. Jacobsschelp (coquille)

Mantelschelpen worden in de winkel meestal coquilles genoemd. De meest bekende soort is de de Sint-Jacobsschelp (Coquille St.-Jacques, Pecten maximus). Dit is de grootste Europese mantelschelp en kan maximaal 17 cm in doorsnede bereiken. De schelp is witachtig, bruin of roze. Hij komt voor van Noorwegen tot aan Portugal.

De meeste coquilles in de winkel worden zonder schelp verkocht. Dit zijn vaak andere soorten mantelschelp zoals de Amerikaanse grote mantelschelp (Placopecten magellanicus), de Patagonische mantelschelp (Zygochlamis patagonica) of de Japanse kamschelp (Patinopecten yessoensis).