Kabeljauw (Atlantische-, skrei, gul, stokvis)

Keurmerk kweek
/Keurmerk Wild
Groen
Tweede keus
Vermijden
Bijvangst

Kabeljauw (Atlantische-, skrei, gul, stokvis)

Gadus morhua
  • jan
  • feb
  • mrt
  • apr
  • mei
  • jun
  • jul
  • aug
  • sep
  • okt
  • nov
  • dec
Herkomst

Atlantische Oceaan, noordoostelijke (FAO 27)
Deelgebieden: Barentszzee

Kweek- / Vangstmethode

Korven, fuiken en vallen, Grondbeugen (longlines), Handlijnen en hengelsnoeren, Kieuwnetten (staand want), Bodemottertrawls, Deense zegens

Uitleg beoordeling

Met de kabeljauw bestanden in de Noordoost-Atlantische Oceaan (FAO 27) gaat het momenteel relatief goed. Er zijn sinds 2010 al 9 visserijen op Atlantische kabeljauw [MSC gecertificeerd msc-gecertificeerd]. Meestal vangen deze visserijen naast kabeljauw ook MSC-gecertificeerde schelvis en koolvis. Kabeljauw kan gevangen worden met diverse tuigen, waaronder: bodemsleepnetbodemsleepnet:
een kuilnet dat aan weerszijden of aan de achterzijde van een boot over de bodem wordt gesleept
, [kieuwnetten kieuwnetten-en-soortgelijke-netten], longlinelongline:
Engelse benaming voor beugvisserij of lijnenvisserij, waarbij met lijnen en haken wordt gevist
, hengels en met [Deense deense-zegen] zegens.

De kabeljauw visserij is vooral van economisch belang voor de Denen, Noren en Russen. Veel kabeljauw, die in Nederland wordt verkocht komt uit de Barentszzee, Skagerrak of de IJslandse wateren. Sinds 2017 is het grootste deel van de kabeljauwvangst uit de Noordzee ook MSC-gecertificeerd.

Skrei

Wanneer de kabeljauw van Januari tot April naar de Noorse kustwateren trekt om zich voort te planten wordt hij “Skrei” genoemd. Dit Noordoost-Arctische kabeljauwbestand wordt bevist door een internationale vloot en is vooral voor de Noren en Russen van groot economisch belang. Sinds 2010 zijn diverse visserijen die op dit bestand vissen [MSC gecertificeerd msc-gecertificeerd]. Deze vissers werken met verschillende tuigen, waaronder: bodemsleepnetbodemsleepnet:
een kuilnet dat aan weerszijden of aan de achterzijde van een boot over de bodem wordt gesleept
, [kieuwnetten kieuwnetten-en-soortgelijke-netten], longlinelongline:
Engelse benaming voor beugvisserij of lijnenvisserij, waarbij met lijnen en haken wordt gevist
, hengels en met [Deense deense-zegen] zegens .

 

Kabeljauw (Atlantische-, skrei, gul, stokvis)

Gadus morhua
  • jan
  • feb
  • mrt
  • apr
  • mei
  • jun
  • jul
  • aug
  • sep
  • okt
  • nov
  • dec
Herkomst

Atlantische Oceaan, noordoostelijke (FAO 27)
Deelgebieden: Barentszzee

Kweek- / Vangstmethode

Kieuwnetten (staand want)

Visstand en visserijdruk
Ecosysteem effecten
Visserijbeheer
Eindbeoordeling
Uitleg beoordeling

Van januari tot april trekt deze kabeljauw naar de Noorse kustwateren om zich voort te planten. In die periode gevangen wordt hij “Skrei” genoemd. Kabeljauw is gevoelig voor [visserijdruk visserijdrukvisserij-inspanning], omdat deze laat geslachtsrijp wordt en in scholen paait. Het [kabeljauwbestand bestand] in de Noordoost-Arctische zee staat er goed voor en wordt niet overbevistoverbevist:
een bestand is overbevist wanneer de bestandsomvang zo ver is afgenomen dat het niet langer een maximaal duurzame opbrengst kan produceren. De omvang van de vispopulaties is onvoldoende om zich op lange termijn voort te kunnen planten.
.

Het vissen op kabeljauw met [kieuwnetten kieuwnetten-en-soortgelijke-netten] is relatief selectief en er is weinig bijvangstbijvangst:
soorten die worden gevangen naast de soorten waar gericht op wordt gevist. Bijvangst kan bestaan uit te kleine soorten en niet-commerciële soorten, en kan worden gehouden (dit deel wordt soms bijproduct genoemd) of overboord worden gegooid (discards).
van [ondermaatse vis ondermaatse-vis]. Er worden in de kieuwnetvisserijen wel incidenteel zeevogels, haaien, roggen en bruinvissen bijgevangen.

Het kabeljauwbestand in de Barentszzee wordt sinds 2004 beheerd. Het teruggooiverbod dat in 1987 werd geïntroduceerd voor schelvis en kabeljauw is inmiddels uitgebreid naar 55 verschillende soorten. In de praktijk betekent dit dat vrijwel alles moet worden [aangeland aanlanden]. Teruggooicijfers zijn daarom laag. Indien er te veel ondermaatse, jonge vis wordt aangeland, worden visgebieden tijdelijk gesloten. Illegale visserij is een lange tijd een probleem geweest, maar lijkt door effectieve maatregelen grotendeels uitgebannen.

Kabeljauw (Atlantische-, skrei, gul, stokvis)

Gadus morhua
  • jan
  • feb
  • mrt
  • apr
  • mei
  • jun
  • jul
  • aug
  • sep
  • okt
  • nov
  • dec
Herkomst

Atlantische Oceaan, noordoostelijke (FAO 27)
Deelgebieden: Barentszzee

Kweek- / Vangstmethode

Bodemtrawl, Grondbeugen (longlines), Sleepnetten

Visstand en visserijdruk
Ecosysteem effecten
Visserijbeheer
Eindbeoordeling
Uitleg beoordeling

Met de kabeljauw bestanden in de Noordoost-Atlantische Oceaan (FAO 27) gaat het momenteel relatief goed. Kabeljauw kan gevangen worden met diverse tuigen, waaronder: bodemsleepnet, kieuwnetten, longline, hengels en met Deense zegens. De kabeljauw visserij is vooral van economisch belang voor de Denen, Noren en Russen. Veel kabeljauw, die in Nederland wordt verkocht komt uit de Barentszzee, Skagerrak of de IJslandse wateren.

Het kabeljauw bestand wordt goed beheerd. Het teruggooiverbod dat in 1987 werd geïntroduceerd voor schelvis en kabeljauw is inmiddels uitgebreid naar 55 verschillende soorten. In de praktijk betekent dit dat vrijwel alles moet worden [aangeland aanlanden]. Teruggooicijfers zijn daarom laag. Indien er te veel ondermaatse, jonge vis wordt aangeland, worden visgebieden tijdelijk gesloten. Illegale visserij is een lange tijd een probleem geweest, maar lijkt door effectieve maatregelen grotendeels uitgebannen.

Kabeljauw (Atlantische-, skrei, gul, stokvis)

Gadus morhua
  • jan
  • feb
  • mrt
  • apr
  • mei
  • jun
  • jul
  • aug
  • sep
  • okt
  • nov
  • dec
Herkomst

Atlantische Oceaan, noordoostelijke (FAO 27)

Kweek- / Vangstmethode

Handlijnen en hengelsnoeren

Visstand en visserijdruk
Ecosysteem effecten
Visserijbeheer
Eindbeoordeling
Uitleg beoordeling

Kabeljauw is gevoelig voor [visserijdruk visserijdrukvisserij-inspanning], omdat deze laat geslachtrijp wordt en in scholen paait. Het visbestand in de Noordzee is aan het herstellen van een historisch dieptepunt in 2006 en is inmiddels binnen [biologisch veilige grenzen biologisch-veilige-grenzen]. De visserijsterftevisserijsterfte:
het deel van het visbestand dat jaarlijks sterft door visserij. Dit is de maat waaraan visserijdruk wordt afgelezen.
is echter nog hoog en blijkt moeilijk te controleren, omdat kabeljauw veel wordt bijgevangen in andere (gemengde) bodemvisserijenbodemvisserijen:
visserijen die zich richten op vissen die in, op of dichtbij de bodem leven. Dit kan op verschillende manieren, onder andere met lijnen met haken, kieuwnetten en bodemsleepnetten.
. [Ondermaatse ondermaatse-vis], jonge kabeljauw wordt teruggegooid, maar de overlevingskans van deze [‘discards’ discards] is klein.

De [handlijnvisserij handlijnen-en-hengelsnoeren-machinaal] is een selectieve visserijmethode met weinig [bijvangsten bijvangst]. [Ondermaatse ondermaatse-vis] bijvangst kan levend worden teruggezet. Sinds 2008 is een herstelplan voor kabeljauw van kracht. Door forse vangstreducties is het bestandbestand:
de vissen van een bepaalde soort die zich in hetzelfde paaigebied in dezelfde periode voortplanten
geleidelijk aan het herstellen. Beheer slaagt er echter niet in om ongewenste bijvangst en teruggooi van kabeljauw in andere [bodemvisserijen bodemvisserijen] (waarbij veel kabeljauw sterft) uit te bannen.

Kabeljauw (Atlantische-, skrei, gul, stokvis)

Gadus morhua
  • jan
  • feb
  • mrt
  • apr
  • mei
  • jun
  • jul
  • aug
  • sep
  • okt
  • nov
  • dec
Herkomst

Atlantische Oceaan, noordoostelijke (FAO 27)
Deelgebieden: Skagerrak en Kattegat

Kweek- / Vangstmethode

Bodemtrawl, Grondbeugen (longlines), Kieuwnetten (staand want)

Visstand en visserijdruk
Ecosysteem effecten
Visserijbeheer
Eindbeoordeling
Uitleg beoordeling

Kabeljauw is gevoelig voor [visserijdruk], omdat deze pas laat geslachtsrijp wordt en in scholen paait. Het is onbekend of het gaat niet goed met de [kabeljauwbestand bestanden] in deze (deel)gebieden.

Een [kieuwnet kieuwnetten-en-soortgelijke-netten] is een relatief selectieve vangstmethode, met weinig bijvangstbijvangst:
soorten die worden gevangen naast de soorten waar gericht op wordt gevist. Bijvangst kan bestaan uit te kleine soorten en niet-commerciële soorten, en kan worden gehouden (dit deel wordt soms bijproduct genoemd) of overboord worden gegooid (discards).
van [ondermaatse vissen ondermaatse-vis]. Wel worden in de kieuwnetvisserij diverse soorten zeevogels bijgevangen en ook incidenteel bruinvissen. De Baltische bruinvis is ernstig bedreigd. De populatie in de Oostzee is zodanig klein, dat zelfs geringe bijvangsten populatieherstel in de weg kunnen staan. Om kabeljauw te vangen worden in de oostelijke Oostzee bodemsleepnetten vaak als pelagische sleepnetten gebruikt: het net wordt door de waterkolom gesleept in plaats van over de bodem. Bij deze methode is er geen sprake van [bodemberoering bodemberoerende-visserij] en er is geen bijvangst van bedreigde soorten.

Sinds 2015 geldt er een aanlandplicht voor alle kabeljauw gevangen in deze visserijen. De hoeveelheid bijvangst van niet-doelsoorten is onbekend. Sinds 2017 zijn er nieuwe beheerplannen, maar deze zijn niet effectief. De visserij wordt beheerd middels vangstlimieten, TAC, quota en beperking van de zeedagen. In 2017 is meer kabeljauw gevangen dan toegestaan met de vastgestelde TAC.

 

Algemeen

Kabeljauwachtigen

De familie van de kabeljauwen bestaat uit de Atlantische-, Pacifische kabeljauw, Steenbolk, Wijting en Witte-, Alaska- en Zwarte Koolvis. Ze leven graag dichtbij de bodem en komen zowel in kustwateren voor als in dieper water. Overdag zwemmen kabeljauwen in scholen, ’s avonds gaan ze uit elkaar om te foerageren. Het zijn omnivoren, die wormen, schelp- en schaaldieren en vis eten. Ze leggen jaarlijks grote afstanden af om te paaien en grote haring- en spieringscholen achterna te gaan.

 

Kabeljauw (Atlantische-, skrei, gul, stokvis)

De Atlantische kabeljauw leeft dichtbij de bodem, in de koudere wateren van de noordelijke Atlantische oceaan. Arctische kabeljauw die in het voorjaar naar de Noorse kust trekt om te paaien wordt ook wel “Skrei” genoemd. De verschillende kabeljauw bestanden komen op sommige plekken samen voor maar hebben hun eigen paaigebieden en -seizoenen. Door klimaatsverandering en stijging van de zeetemperatuur verschuift de verspreidingsgrens van kabeljauw geleidelijk naar het noorden. De vis kan 150 cm lang worden en 40 kg zwaar.