Atlantische haring (Hollandse nieuwe, bliek, rolmops, maatje)

Keurmerk kweek
Keurmerk wild
Groen
Tweede keus
Vermijden
Bijvangst

Atlantische haring (Hollandse nieuwe, bliek, rolmops, maatje)

Clupea harengus
Herkomst

Atlantische Oceaan, noordwestelijke (FAO 21)
Deelgebieden: Canada (oost)

Kweek- / Vangstmethode

Wild, Ringzegen, Kieuwnetten (staand want), Zwevende ottertrawls

Atlantische haring (Hollandse nieuwe, bliek, rolmops, maatje)

Clupea harengus
Herkomst

Atlantische Oceaan, noordoostelijke (FAO 27)

Kweek- / Vangstmethode

Wild, Ringzegen, Sleepnetten

Uitleg beoordeling

Diverse visserijen op Atlanto-Scandian haring zijn MSC-gecertificeerdMSC-gecertificeerd:
visserijen die voldoen aan de beoordelingscriteria van de Marine Stewardship Council en zijn gecertificeerd. Visproducten met het blauwe MSC-keurmerk zijn gevangen door duurzame visserijen.
, waaronder (sinds 2010) de boten van de Nederlandse Pelagic Freezer-Trawler Association (PFA). De gecertificeerde visserijen werken met pelagische sleepnettensleepnetten:
Een visserijtechniek waarbij kegelvormige netten eindigend in een kuil door de waterkolom of over de bodem worden gesleept.
en ringzegensringzegens:
een ringnet waarbij het net in een cirkel om een school vissen heen wordt uitgezet. Vervolgens wordt het net aan de onderkant gesloten en binnengehaald. Ook wel purse seine genoemd.
. Ook diverse haringvisserijen in de Noordzee zijn MSC-gecertificeerd, waaronder (sinds 2006) de boten van de PFA, hergecertificeerd in 2017. Deze vissers vissen op herfstpaaiende Noordzee haring en werken met pelagische sleepnetten en ringzegens. Er is ook MSC gecertificeerde haring uit de kanaalregio en uit de Oostzee.

Atlantische haring (Hollandse nieuwe, bliek, rolmops, maatje)

Clupea harengus
Herkomst

Atlantische Oceaan, noordoostelijke (FAO 27)
Deelgebieden: westelijke Kanaalregio; oostelijke Kanaalregio; Noordzee

Kweek- / Vangstmethode

Wild, Ringzegen, Zwevende ottertrawls

Visstand en visserijdruk
Ecosysteem effecten
Visserijbeheer
Eindbeoordeling
Uitleg beoordeling

De visserijdrukvisserijdruk:
de mate van visserijsterfte, het deel van het visbestand dat jaarlijks sterft door visserij
op haring is sterk afgenomen de afgelopen jaren en is nu op het laagste niveau sinds 1990. Dit geeft het haringbestand de kans om weer aan te groeien na een historisch dieptepunt in 2011.

Haring wordt gevangen met een ringzegenringzegen:
een ringnet waarbij het net in een cirkel om een school vissen heen wordt uitgezet. Vervolgens wordt het net aan de onderkant gesloten en binnengehaald. Ook wel purse seine genoemd.
of pelagischpelagisch:
in de waterkolom
sleepnetsleepnet:
Een visserijtechniek waarbij kegelvormige netten eindigend in een kuil door de waterkolom of over de bodem worden gesleept.
. Beide technieken hebben weinig bijvangstenbijvangsten:
soorten die worden gevangen naast de soorten waar gericht op wordt gevist. Bijvangst kan bestaan uit te kleine soorten en niet-commerciële soorten, en kan worden gehouden (dit deel wordt soms bijproduct genoemd) of overboord worden gegooid (discards).
. Omdat er geen interactie is tussen het vistuig en de zeebodem is er geen sprake van een negatief visserijeffect op de zeebodem of op de leefomgeving in zee.

De visserij wordt onder andere gereguleerd met vangstbeperkingen en technische maatregelen, zoals minimum maaswijdtemaaswijdte:
eigenschap van een net: de afstand tussen twee draden
. Het visserijbeheer op haring is grotendeels effectief.

Atlantische haring (Hollandse nieuwe, bliek, rolmops, maatje)

Clupea harengus
Herkomst

Atlantische Oceaan, noordoostelijke (FAO 27)
Deelgebieden: Oostzee, westelijk van Bornholm; Belt; Sont; Skagerrak en Kattegat

Kweek- / Vangstmethode

Wild, Zwevende ottertrawls, Sleepnetten

Visstand en visserijdruk
Ecosysteem effecten
Visserijbeheer
Eindbeoordeling
Uitleg beoordeling

De visserijdrukvisserijdruk:
de mate van visserijsterfte, het deel van het visbestand dat jaarlijks sterft door visserij
op haring is sterk afgenomen de afgelopen jaren en is nu op het laagste niveau sinds 1990. Dit geeft het haringbestand de kans om weer aan te groeien na een historisch dieptepunt in 2011. Haring wordt gevangen met een zwevende ottertrawlzwevende ottertrawl:
een visserijtechniek waarbij kegelvormig netten door de waterkolom worden gesleept en worden opengehouden door grote, vierkante 'otterplanken'
, ofwel pelagischpelagisch:
in de waterkolom
sleepnetsleepnet:
Een visserijtechniek waarbij kegelvormige netten eindigend in een kuil door de waterkolom of over de bodem worden gesleept.
, of een ringzegenringzegen:
een ringnet waarbij het net in een cirkel om een school vissen heen wordt uitgezet. Vervolgens wordt het net aan de onderkant gesloten en binnengehaald. Ook wel purse seine genoemd.
. Beide technieken hebben weinig bijvangstenbijvangsten:
soorten die worden gevangen naast de soorten waar gericht op wordt gevist. Bijvangst kan bestaan uit te kleine soorten en niet-commerciële soorten, en kan worden gehouden (dit deel wordt soms bijproduct genoemd) of overboord worden gegooid (discards).
.

Omdat er geen interactie is tussen het vistuig en de zeebodem is er geen sprake van een negatief visserijeffect op de zeebodem of op de leefomgeving in zee.

De visserij wordt onder andere gereguleerd met vangstbeperkingen en technische maatregelen, zoals minimum maaswijdtemaaswijdte:
eigenschap van een net: de afstand tussen twee draden
. Het visserijbeheer op haring is grotendeels effectief.

Algemeen

Haringachtigen

Haringachtigen zijn allemaal vrij kleine, zilverkleurige visjes.  Ze zwemmen in grote scholen in het open water (pelagisch) en voeden zich met plankton. De meeste soorten kunnen een heleboel eitjes tegelijk produceren, tot wel 200.000 per individu.  Een groot deel van 's werelds visvangst bestaat uit haringachtigen. Niet alles hiervan is direct bestemd voor menselijke consumptie, veel wordt verwerkt tot vismeel of visolie. Haringachtigen zwemmen samen in grote scholen waardoor ze makkelijk massaal gevangen kunnen worden.  

Atlantische haring (Hollandse nieuwe, bliek, rolmops, maatje)

In de Noordzee zwemmen drie belangrijke haringbestanden. Deze bestanden hebben hun eigen paaigronden maar paaien allemaal in de herfstmaanden. Gezamenlijk worden ze aangeduid als de ‘herfstpaaiers’. Zo worden ze onderscheiden van de Noordzee haringbestanden die in de lente paaien. Haringen eten plankton.  In de zomer komen alle drie de bestanden samen in de noordelijke Noordzee, om te fourageren. Haringen plakken hun eieren vast aan de bodem. Belangrijke kraamkamers voor jonge haring (< 2 jaar) bevinden zich aan weerszijden van de Noordzee en in het Skagerrak en Kattegat. Het grootste haringbestand in de Noordoost-Atlantische Oceaan is het Atlanto-Scandian haringbestand, ook wel bekend als het Noorse, lente-paaiende haringbestand. Dit bestand leeft in de wateren tussen IJsland, Noorwegen en Spitzbergen (Svalbard).