Visproblemen

Wildgevangen

De visserijsector is voor veel kustgemeenschappen een belangrijk onderdeel van de lokale economie en het sociaal-culturele landschap: het schept werkgelegenheid en trekt economische activiteit aan (zoals toerisme), het verbindt mensen en geeft culturele identiteit. Helaas gaat vissen ook gepaard met milieuproblemen: veel visbestanden staan door overbevissing zwaar onder druk of zijn overbevist. Mariene ecosystemen waar intensief gevist wordt zijn soms ernstig verstoord. Dit ondermijnt niet alleen het karakter en de natuurlijke productiviteit van onze zeeën maar brengt ook de voedselvoorziening in gevaar.

Overbevissing

Volgens de 2016 cijfers van de Voedsel- en Landbouworganisatie (FAO) van de Verenigde Naties wordt wereldwijd 30% van de beviste visbestanden overbevist. Bijna 60% wordt maximaal bevist en verdraagt geen verdere toename van de visserijdruk. Van overbevissing is sprake wanneer er meer vis wordt weggevangen dan dat er jaarlijks bijkomt in een vispopulatie. Dat gebeurt als de visserijsterfte hoger is dan de natuurlijke aanwas minus de natuurlijke sterfte in een populatie. Het visbestand zal in dit geval afnemen. Als er geen corrigerende maatregelen worden genomen en de visserijdruk wordt niet bijgesteld dan kan het visbestand in gevaar komen. Er zijn dan onvoldoende volwassen (paairijpe) vissen om de populatie op peil te houden. Onder langdurige overbevissing dreigt instorting van het visbestand. Soms is de visserijdruk voldoende laag om bestandsgroei toe te staan, maar is het bestand in zodanig slechte staat (door overbevissing in het verleden of door natuurlijke omstandigheden) dat we nog steeds spreken van een ‘overbevist bestand’. Om te bepalen of er sprake is van overbevissing wordt er gekeken naar de volgende aspecten:

  • Visserijdruk op een bestand (de sterfte die een visserij veroorzaakt);
  • Visstand, de hoeveelheid volwassen vis in de populatie

Bijvangst

De meeste vissers vangen niet alleen de vissoorten waar ze op uit zijn in hun netten of aan de haak, maar ook allerlei andere soorten. Niet-selectieve bodemberoerende vangsttechnieken leiden tot bijvangst van bodemdieren. Bij longline visserij kan de bijvangst ook uit dolfijnen, haaien, schilpadden, vogels en zeezoogdieren bestaan. Er wordt ook om economische redenen teruggegooid: het gaat hier om soorten die geen of weinig marktwaarde hebben, zoals zeesterren en schar. Soms proberen vissers de marktwaarde van hun vangst te maximaliseren door het minder waardevolle deel van de vangst (bv. de kleine, beschadigde exemplaren) terug te gooien. Dit gebeurt vooral bij een knellend quotum. Dit heet high-grading en is verboden in de pelagische visserij. Vanaf 2015 wordt in de Europese Unie geleidelijk een teruggooiverbod ingevoerd voor commerciële (gequoteerde) soorten.

Schade aan de zeebodem

In Noordwest-Europa is vissen met sleepnetten (bodemtrawl) de meest gebruikte techniek in de commerciële visserij, zoals boomkorvisserij. Een boomkor bestaat uit kettingen die over de bodem sleept en de zeebodem omwoelt. Dit heeft langdurende veranderingen in het ecosysteem en verarming van de bodem tot gevolg.

Een sleepnet is een erg effectieve manier om vis mee te vangen en is in Noordwest-Europa het meest gebruikte vistuig. In de sleepnetvisserij op bodemvis wordt een kuilnet over de bodem gesleept. In de platvisvisserij wordt dit net vaak nog uitgerust met ‘wekkerkettingen’ die horizontaal voor het net worden gespannen en het bovenste laagje van de zeebodem omwoelen en de vis uit de bodem verjagen. Het lijkt er op dat dit omwoelen voor sommige platvissoorten een gunstig effect kan hebben op de productiviteit. Maar, bodemsleepnetten verstoren en beschadigen ook het bodemleven, waaronder habitatvormende organismen zoals zeegrassen, wieren, zeeanemonen en koralen. Onderzoek heeft aangetoond dat intensief vissen met bodemsleepnetten op termijn kan leiden tot langdurige verandering van de soortensamenstelling en de leefomgeving (het habitat) in zee. Zo blijkt dat de soortensamenstelling in de zuidelijke Noordzee door het toedoen van de bodemberoerende visserij op bepaalde plekken volledig is veranderd. Het is nog steeds goede visgrond voor platvis, maar veel andere soorten zijn verdwenen. Over de hele wereld zijn er door de effecten van de visserij bijzondere leefgebieden zoals zeegrasvelden, zeewierwouden, schelpdierriffen en diepzeekoraalriffen verloren gegaan. Vooral gebieden die een lage mate van natuurlijke verstoring kennen, zijn kwetsbaar voor de invloed van bodemberoerende visserij. Door over te stappen op lichtere en minder bodemberoerende vangstmethodes en door kwetsbare gebieden te sluiten voor bodemberoerende tuigen kunnen de negatieve effecten op de zeebodem en de soortensamenstelling in zee worden
verlicht.

 

Delen