Visserij- en kweekmethoden

Zegens, ringnetten en kruisnetten

Vis die in scholen in de waterkolom zwemt, is efficiënt met zegens te vangen. Zegens bestaan uit een kuilnet met aan weerszijden een lange lijn (de zegentouwen). Aan het uiteinde van een van deze zegentouwen wordt een boei bevestigd. De boei, het eerste zegentouw, het net en het tweede zegentouw worden achtereenvolgens uitgezet terwijl het schip met een grote boog terugvaart naar de boei. Aangekomen bij het beginpunt worden de zegentouwen, met daaraan het net, langzaam binnengehaald. Ringnetten vallen ook onder de zegens en is ook een actieve vangstmethode, gericht op het vangen van pelagische soorten. Ringnetten worden in een cirkel uitgezet, om een school vissen heen. Vervolgens wordt het net aan de onderkant gesloten en binnengehaald. Ringnetten variëren van klein tot groot. Kruisnetten zijn vierkante visnetten die vastzitten aan twee, elkaar kruisende, gebogen stokken. Op de plaats waar de twee stokken kruisen is een lijn bevestigd waarmee het net verticaal bewogen kan worden vanaf een vaartuig of van wal. Het vierkante net ligt op de bodem en wordt na enige tijd snel omhoog getrokken.  De vis die boven het net zwom wordt zo gevangen. Afhankelijk van de doelsoort, worden lampen of aas gebruikt om de vis aan te trekken.

Deense zegens

Deense zegens zijn een kleinschalige variant binnen de bodemzegenvisserij en wordt ook wel snurrevaad genoemd. Deense zegens zijn zakvormig  netten, die zijn voorzien van vlerken met daaraan de lijnen. Bij Deense zegens wordt de boei verankerd en ligt het schip stil tijdens het binnenhalen. Deze traditionele vorm van bodemzegen heet daarom ook ‘ankerzegen’. Een potentiële negatieve impact is de bijvangst van ondermaatse vis en niet-doelsoorten.

Ringzegen

Vis die in scholen in de waterkolom zwemt, is efficiënt met een ringzegen te vangen. De visser zet het net in een cirkel uit, om een school vissen heen. Vervolgens wordt het net aan de onderkant gesloten en binnengehaald. Een ringzegen wordt gebruikt om pelagische vissen te vangen, zoals haring en makreel. De bijvangst hangt af van de doelsoort. De ringzegens variëren van klein tot groot (ca 150 meter hoog tot 500 meter breed). Het brandstof verbruik is laag en er is geen impact op de bodem.  Bijvangst kan veel zijn, met name in de tonijnvisserij.

Ringzegen met FAD

Fish Aggregating Devices (FADs) zijn drijvende objecten zoals boeien of drijvers die gebruik maken van de eigenschap van veel vissoorten om samen te scholen bij drijvende objecten. Als er genoeg vis rond de FAD zwemt wordt alles wat eromheen zwemt gevangen met de ringzegen. Geavanceerde FADs hebben sonar en GPS, zodat de vissers via satellieten kunnen zien waar de FADs zijn en hoeveel vis er omheen zwemt. Omdat tonijn met andere (tonijn)soorten samenschoolt rond FADs leidt vissen met ringszegens tot aanzienlijke bijvangsten, waaronder zeeschildpadden, roggen, zeevogels en haaien.

Ringzegen zonder FAD

Omdat Fish Aggregating Devices (FADs) zorgen voor veel bijvangst zoals zeeschildpadden, roggen, zeevogels en haaien, zijn ringzegens zonder FADs een duurzamere vangstmethode.

Lampara

Een lampara is een ringnet zonder sluitlijn. De lampara heeft een kleine zakvormige kuil die aan weerszijden voorzien is van grote vlerken. Deze bestaan uit een netwerk met een bovenlijn met drijvers en een verzwaarde onderpees. Nadat het schip een cirkelvormige beweging heeft gemaakt, worden de vlerken gelijktijdig aan boord gehesen.

Schotse zegens

Schotse zegens bestaan uit een kuilnet met aan weerszijden een lange lijn (de zegentouwen). Aan het uiteinde van een van deze zegentouwen wordt een boei bevestigd. De boei, het eerste zegentouw, het net, en het tweede zegentouw worden achtereenvolgens uitgezet terwijl het schip met een grote boog terugvaart naar de boei. Aangekomen bij hetbeginpunt worden de zegentouwen langzaam binnengehaald. Bij Schotse zegens, ook wel flyshoot genoemd, stoomt het schip bij het binnenhalen langzaam vooruit. Nederlandse vissers vissen met flyshoot op poon, mul, inktvis en schol. Deze techniek heeft een kleinere bodemimpact dan de bodemsleepnetten en een laag brandstofverbruik.

Strandzegens

Seine-net

Een strandzegen is een lang net, met of zonder zak in het centrum, dat vanaf de oever rond een bepaald gebied wordt uitgezet. Hier is vaak een kleine boot voor nodig. Twee touwen zitten aan beide uiteinden van het net en worden gebruikt voor het binnen halen van de gevangen vis. De doelsoorten zijn voornamelijk bodemvissen en in mindere mate pelagische soorten. Een (potentiële) negatieve impact van strandzegens zijn bijvangsten door het gebruik van te grote netten of te kleine maasgrootte.

Vanaf het schip bediende kruisnetten

Vanaf het schip bediende kruisnetten zijn vierkante visnetten die zijn vastgemaakt aan twee, elkaar kruisende, gebogen stokken. Op de plaats waar de twee stokken kruisen is een lijn bevestigd waarmee de vanaf het schip bediende kruisnetten verticaal bewogen kan worden. Afhankelijk van de doelsoort, worden lampen of aas gebruikt om de vis aan te trekken. Vanaf het schip bediende kruisnetten worden mechanisch of met de hand binnengehaald. Om een groot kruisnet open te houden zijn verscheidene lange stokken nodig aan een of beide zijden van de boot. Een aantal katrollen en/of lieren laten het net zakken en halen het op. De onvoorziene bijvangst is laag, maar eventuele lampen trekken meerdere vissoorten aan.

Vanaf de oever bediende kruisnetten

Een vanaf de oever bediende kruisnetten zijn vierkant visnetten die vastzitten aan twee, elkaar kruisende, gebogen stokken. Op de plaats waar de twee stokken kruisen is een lijn bevestigd waarmee het net verticaal bewogen kan worden. Vanaf de oever bediende kruisnetten zijn vaak statische platforms die geplaatst langs de kust of op rivieroevers. Het  heffingssysteem van het net gaat soms mechanisch. Moderne vanaf de oever bediende kruisnetten worden manueel bedient of door gemotoriseerde lieren. De vis wordt soms aangetrokken met behulp van aas of licht.

 

Delen