Technieken

Technieken

Bodemkweek

Bodemkweek wordt gebruikt om mosselen en oesters te kweken. Mosselzaad of oesterbroed wordt uitgezaaid op onderwater percelen. Hier groeien ze uit tot consumptiemosselen/oesters. Voor het oogsten worden speciale sleepnetten gebruikt.

Bodemkweek met MosselzaadInvanginstallaties

Bodemkweek met MosselzaadInvanginstallaties (MZI's) wordt gebruikt om mosselen en oesters te kweken. Mosselzaad of oesterbroed wordt uitgezaaid op onderwater percelen. Hier groeien ze uit tot consumptiemosselen/oesters. Voor het oogsten worden speciale sleepnetten gebruikt. Het mosselzaad wordt in dit geval ingevangen met collectoren, zogenaamde MosselzaadInvanginstallaties (MZI’s). Oesterbroed wordt in Nederland ingevangen op speciale broedpercelen. Er is geen bodemimpact.

Bodemkweek zonder MosselzaadInvanginstallaties

Bodemkweek zonder MosselzaadInvanginstallaties (MZI's) wordt gebruikt om mosselen en oesters te kweken. Mosselzaad of oesterbroed wordt uitgezaaid op onderwater percelen. Hier groeien ze uit tot consumptiemosselen/oesters. Voor het oogsten worden speciale sleepnetten gebruikt. Mosselzaad komt uit het wild. Het wordt van de zeebodem opgevist met fijnmazige sleepnetten. Oesterbroed wordt in Nederland ingevangen op speciale broedpercelen. De fijnmazige sleepnetten hebben bodemimpact.

Bodemottertrawls

Bodemottertrawls zijn kegelvormige netten bestaande uit een lichaam, gemaakt uit normaliter twee, vier en soms meer panelen. De netten zijn afgesloten door een of twee kuilen. Bij de mond van het net zitten zijvleugels die zich voorwaarts uitstrekken vanaf de opening. Bodemottertrawls hebben meestal een langer bovenpaneel om te voorkomen dat vissen ontsnappen aan de bovenkant van het net. De mond van het sleepnet wordt verticaal opengehouden door drijvers en een verzwaard bodemtouw. Bodemottertrawls danken hun naam aan de grote vierkante 'otter planken/borden'. Otter planken zijn vaak gemaakt van hout of staal en zijn zo gepositioneerd dat hydrodynamische krachten, die van toepassing zijn wanneer ze over de bodem worden gesleept, naar buiten worden geduwd en het net open houden. De planken werken ook als een ploeg, waardoor vissen het in worden gejaagd. Bodemottertrawls woelen de bodem om en er is vaak bijvangst van ondermaatse vis en niet-doelsoorten.

Boomkorren

Bij de boomkor wordt een kuilnet aan de bovenkant opengehouden door een horizontale stalen buis, de 'boom', die aan beide uiteinden ondersteund en verzwaard wordt door 'sloffen'. Deze sloffen scheren bij het vissen over de bodem. Met dikke stalen 'wekkerkettingen' die de bodem omwoelen wordt de vis opgejaagd. Er is in deze techniek veel bijvangst, aanzienlijke impact op de bodem en een hoog brandstofverbruik.

Bouchots – palen

Bouchots – palen, zijn palen waarop mosselen worden gekweekt. Dit gebeurt langs de Atlantische kust van Frankrijk. Rond de paal zijn touwen of zakken met mosselzaad gewikkeld. De oogst vindt plaats door de schelpen handmatig of mechanisch van de paal te schrapen.

Bouchots met MosselzaadInvanginstallaties

Bouchots met MosselzaadInvanginstallaties (MZI’s) zijn palen waarbij de mosselen zijn ingevangen door MZI's.  Een MZI bestaat uit drijvers, lijnen en ankers. Aan de lijnen worden touwen gebonden waaraan mossellarven zich kunnen hechten. Het touw met de aangehechte mossellarven wordt om de bouchots (palen) heen gewikkeld voor verdere opkweek. Deze manier van mosselzaad invangen is een stuk milieuvriendelijker dan de traditionele bodemvisserij op mosselzaad.

Bouchots zonder MosselzaadInvanginstallaties

Bouchots zonder MosselzaadInvanginstallaties zijn palen

Deense zegens

Deense zegens zijn een kleinschalige variant binnen de bodemzegenvisserij en wordt ook wel snurrevaad genoemd. Deense zegens zijn zakvormig netten, die zijn voorzien van vlerken met daaraan de lijnen. Bij Deense zegens wordt de boei verankerd en ligt het schip stil tijdens het binnenhalen. Deze traditionele vorm van bodemzegen heet daarom ook 'ankerzegen'. Een potentiële negatieve impact is de bijvangst van ondermaatse vis en niet-doelsoorten.  

Doorstroomsysteem

Bij een doorstroomsysteem stroomt het water (vaak rivierwater) van een hoger gelegen punt naar de visbassins. Via de bassins, stroomt het water terug naar de rivier. Als het water ongezuiverd wordt geloosd, kan dit negatieve gevolgen hebben voor het milieu. Zo kunnen te veel meststoffen in het rivierwater terechtkomen en bestaat er risico op verspreiding ziekten en ontsnappingen van vissen. De negatieve gevolgen zijn te beperken door het afvalwater te zuiveren. Een doorstroomsysteem heeft een betere beheersing van het negatieve effect op de omgeving dan bij kweek in kooien. Nadelen van een doorstroomsysteem zijn het hoge waterverbruikt, lozing van afvalwater in oppervlaktewater en kans op verspreiding van ziektes.    

Doorstroomsystemen biologisch

Doorstroomsystemen met afvalwaterzuivering

Doorstroomsystemen zonder afvalwaterzuivering

Dreggen

Dreggen zijn een vangstmethode waarbij gebruik gemaakt wordt van stalen frames waaraan een net is bevestigd. Op de voorkant van dit frame zitten vaak stalen punten die fungeren als een soort hark. Deze methode wordt gebruikt voor het vangen van o.a. mosselen, oesters en sint-jakobsschelpen.

Drijfnetten

Drijfnetten zijn kieuwnetten die niet verankerd zijn maar mee drijven op de zeestroming (met of zonder boot). De netten volgen de dominante zeestroming. Doelsoorten zijn pelagische soorten als sardien, haring, tonijn en pijlinktvis. De soms kilometers lange netten dragen de bijnaam ‘muren des doods’ omdat allerlei vissen en ander zeeleven (dolfijnen, schildpadden, vogels en walvissen) erin verstrikt raken. De drijfnetten zijn 2002 verboden in  Europese wateren. Drijfnetten hebben geen impact op de bodem. Er is veel sprake van bijvangst, ook van bedreigde soorten en schade door losgeraakte netten (ghostfishing).

Drijvende beugen (longlines)

Bij drijvende beugen of beugvisserij wordt een lange hoofdlijn uitgezet (40-100 km lang). Aan de hoofdlijn zitten dwarslijnen met haken voorzien van aas. Hiermee wordt gevist op zowel pelagische vissen (zoals tonijn en zwaardvis) als bodemvissen (zoals heilbot en leng). De lijn drijft aan boeien in de waterkolom. Een veel voorkomend probleem met drijvende beugen (vooral in de tropische zeegebieden) is de bijvangst van beschermde soorten zoals zeeschildpadden, roggen, haaien, en zeevogels en schade door losgeraakte lijnen (ghostfishing). Er is relatief weinig brandstofverbruik en een kleine bodemimpact.

Dubbele bordentrawls

Dubbele bordentrawls zijn een samenstel van twee naast elkaar gesleepte trawlnetten die in de breedte worden opengetrokken door middel van twee scheerborden die aan de buitenzijdes van beide netten zijn bevestigd. Op het punt waar de twee netten en borden aan de binnenzijde bij elkaar komen, zijn de netten op een gemeenschappelijk punt verbonden. Dubbele bordentrawls worden aan de bovenkant opgehouden door drijvers. Aan de onderzijde hangen gewichten die het net bij de bodem houden. Dubbele bordentrawls zijn een effectieve vangstmethode voor ronde bodemvissen (bv. kabeljauw). Maar er is middelhoog brandstofverbruik en een aanzienlijke bodemimpact door de scheerborden.

Duiken

Duiken als vangstmethode wordt vaak gebruikt voor kwetsbare en dure soorten schelp- en schaaldieren. De schelp- en schaaldieren worden vaak handmatig geraapt. Soms wordt hiervoor tot grote dieptes gedoken. In de Nederlandse kokkelvisserij op de Wadden wordt een soort hark gebruikt om de kokkels te rapen. Dit is een arbeidsintensieve bezigheid. De techniek is zeer selectief en heeft geen bodemschade.

Dynamiet en cyanide

Dynamiet en cyanide zijn vangstmethodes die vaak wordt gebruikt bij koraalriffen, om schade aan het koraalrif te voorkomen (cyanide).  Dynamiet en cyanide doodt vissen of verdooft ze waardoor ze boven komen te drijven. Deze vormen van visserij is illegaal, maar wordt nog steeds toegepast. Het is een zeer effectieve methode, maar zeer destructief en bovendien giftig.

Fuik

Fuiken zijn passieve vistuigen en bestaan meestal uit een serie kamers waar de vis makkelijk in kan zwemmen maar moeilijk weer uit kan. Fuiken hebben weinig impact op het ecosysteem en overlevingskans van de bijvangst is vaak hoog.

Geankerde kieuwnetten (staand want)

Geankerde kieuwnetten zijn kieuwnetten die op de bodem worden geplaatst en zijn vastgemaakt met behulp van ankers. Geankerde kieuwnetten staan in een verticale positie in het water doordat er drijvers zitten in de bovenpees en gewichten in de onderpees van het net. Kieuwnetten kunnen meerdere kilometers lang zijn. Geankerde kieuwnetten hebben weinig bodem impact.  

Gemechaniseerde dreggen (waaronder zuigers)

Gemechaniseerde dreggen (waaronder zuigers) worden gebruikt om mosselen en andere schelpdieren uit de bodem te graven en te spoelen. Sommige dreggen zijn zo gemaakt dat schelpdieren kunnen uitgraven, verzamelen en transporteren naar het schip. Dit kan door middel van zuigers, die de schelpdieren vanuit het zand de boot op zuigen. Er is bodemimpact.

Grondbeugen (longlines)

Bij grondbeugen of beugvisserij wordt een lange hoofdlijn uitgezet (40-100 km lang). Aan de hoofdlijn zitten dwarslijnen met haken voorzien van aas. Hiermee wordt gevist op zowel pelagische vissen (zoals tonijn en zwaardvis) als bodemvissen (zoals heilbot en leng). In de bodemvisserij wordt de lijn verankerd. Een veel voorkomend probleem met grondbeugen (vooral in de tropische zeegebieden) is de bijvangst van beschermde soorten zoals zeeschildpadden, roggen, haaien, en zeevogels en schade door losgeraakte lijnen (ghostfishing). Er is relatief weinig brandstofverbruik en een kleine bodemimpact.

Haken en Lijnen

Haken en lijnen is een vismethode waarbij de vis wordt gelokt door natuurlijk of kunstmatig aas aan een haak, die bevestigd is aan het einde van een lijn of dwarslijn. Haken of metalen punten (jigs) worden ook gebruikt om vis te vangen door ze ‘vast te grijpen’ wanneer ze passeren. Haken en lijnen kunnen afzonderlijk of in grote aantallen worden gebruikt. De vis kan met de hand (kleinschalige visserijen) of machinaal (grootschalige visserijen) worden binnengehaald. Haken en lijnen worden gebruikt op verschillende dieptes zowel in binnenwateren als op zee. Lijnvissen maakt het mogelijk om vis te vangen op ruige bodems en schuilplaatsen tussen te rotsen. Gelieerde technieken: beugvisserij, longlining, hengel, jiggen Bij beugvisserij wordt er gebruik gemaakt van een hoekwant. Een hoekwant is lange lijn met minstens honderd haakjes ('hoeken'), die wordt uitgezet en een getijde lang blijft liggen. Longlining is soortgelijk aan beugvissen. Men gebruikt een lange lijn met daaraan vele zijlijnen met haakjes voorzien met aas. Deze vangstmethode is berucht om de bijvangst van albatrossen, zeeschildpadden en zeldzame haaien. In de hengelvisserij worden hengels gebruikt, waaraan haken (soms) voorzien met aas worden bevestigd. De hengels worden manueel of machinaal bediend. Deze techniek (die soms met de Engelse term "pole and line" wordt aangeduid) maakt het mogelijk te jagen op vissen die in de richting van het oppervlak worden aangetrokken door het aas of door licht. Doelsoorten zijn o.a. tonijn, makreel, zalm en zeebaars. Vissen met een hengel heeft de een beperkte invloed op het milieu. Jiggen is vissen met lijnen met kunstaas. De lijn wordt met de hand of machinaal op en neer bewogen om een prooidier na te bootsen.  

Handbeugel

De handbeugel is een soort hark met een net eraan, die met handkracht door de bovenste laag van de zeebodem wordt getrokken. De vissers werken bij laag tij op de zandplaten.

Handgeraapt

Handlijnen en hengelsnoeren

Handlijnen en hengelsnoeren is een verzamelnaam voor hengels, jigs en sleeplijnen (trolls). Jiggen maakt gebruik van lijnen met kunstaas die op en neer worden bewogen om een prooidier na te bootsen. Handlijnen en hengelsnoeren worden meestal kleinschalig toegepast en zijn relatief selectief. Ongewenste bijvangst kan onmiddellijk worden teruggezet, met een grote overlevingskans. Het is selectiever en kleinschaliger dan longline visserij. Er is geen bodemimpact, laag brandstofverbruik en eventuele bijvangst gaat vaak levend weer overboord.

Handlijnen en hengelsnoeren machinaal

Handlijnen en hengelsnoeren machinaal zijn een verzamelnaam voor hengels, jigs en sleeplijnen (trolls). Jiggen maakt gebruik van lijnen met kunstaas die op en neer worden bewogen om een prooidier na te bootsen. Machinaal bediende jigs worden veelal gebruikt om pijlinktvis en zeekat te vangen. Handlijnen en hengel snoeren machinaal worden meestal kleinschalig toegepast en zijn relatief selectief. Ongewenste bijvangst kan onmiddellijk worden teruggezet, met een grote overlevingskans. Het is selectiever en kleinschaliger dan longline visserij. Er is geen bodemimpact, laag brandstofverbruik en bijvangst gaat vaak levend weer overboord

Hangcultuur

Hangcultuur wordt gebruikt om mosselen te kweken. Mosselzaad (jonge mosseltjes van 1-2cm) wordt in lange kousvormige netten in het water gehangen. Hier groeien de mosselen uit tot consumptiemosselen. Het mosselzaad wordt ingevangen met collectoren. Dit zijn touwen of netten die tijdens het broedseizoen in het water worden gehangen. Hieraan hechten zich de mossellarven die vervolgens uitgroeien tot mosselzaad. Het voordeel van hangcultuur is dat er hogere opbrengst is per kg zaad dan bij bodemkweek. Hangcultuur heeft geen bodemimpact. Een nadeel van hangcultuur is lokale ophoping van schelpdierenmest op de bodem.

Harpoen

Met de hand geworpen harpoenen worden kleinschalig toegepast en zijn selectief. Ze veroorzaken geen schade aan de bodem.

Kieuwnetten (staand want)

Kieuwnetten en soortgelijke netten zijn visnetten die rechtop in het water ‘staan’. Het kieuwnetten en soortgelijke netten worden opengehouden door een drijvende bovenlijnen en een verzwaarde onderlijnen. Staande netten kunnen zowel hoog in de waterkolom als op de zeebodem worden toegepast, afhankelijk van de doelsoort. Bij een kieuwnet raakt de vis verstrikt achter de kieuwdeksels wanneer deze niet door de mazen past en terug wil zwemmen. Kieuwnetten en soortgelijke netten veroorzaken vrijwel geen bodemschade. Kieuwnetten zijn ook selectief. Sommige kieuwnetten en soortgelijke netten geven gevaar voor bruinvissen en dolfijnen. Losgeraakte netten zorgen ook voor schade (ghostfishing). Gelieerde techniek: warnet Een warnet bestaat uit een loshangend netwerk van licht en soepel garen waarin vissen en schaaldieren verward raken.  

Kooien

Kooien kunnen in rivieren of in zee worden geplaatst. Ze zijn verankerd aan de bodem en staan op plaatsen die beschut zijn tegen storm en hoge golven. Doordat de kooien in open verbinding met het omringende water staan, kunnen ziektes en parasieten eenvoudig overspringen naar wilde soortgenoten en omgekeerd. Chemicaliën, medicijnen en meststoffen komen direct in het omringende water. Gekweekte vissen ontsnappen vaak, omdat de netten gemakkelijk beschadigen. De meeste zalm wordt gekweekt in dit type kweeksysteem. Bij kooien is er snellere verspreiding ziekten en grote kans op ontsnapping van vissen. Daarbij komen afvalstoffen direct in het omringende water terecht.

Korven, fuiken en vallen

Korven en vallen worden vaak gebruikt voor de vangst van bodemschaaldieren. Korven en vallen worden voorzien van aas van verse of gezouten vis en op de zeebodem geplaatst. Bepaalde boten lossen hun vangsten dagelijks; anderen bewaren hun vangst voor meerdere dagen/weken in viskaren (met water gevulde ruimten).  De doelsoorten zijn o.a. krab, kreeft, wulk, langoustine en octopus. Deze vangstmethoden zijn selectief en kunnen als duurzaam worden beschouwd. Verloren korven en vallen veroorzaken echter wel schade door ghostfishing.      

Lampara

Een lampara is een ringnet zonder sluitlijn. De lampara heeft een kleine zakvormige kuil die aan weerszijden voorzien is van grote vlerken. Deze bestaan uit een netwerk met een bovenlijn met drijvers en een verzwaarde onderpees. Nadat het schip een cirkelvormige beweging heeft gemaakt, worden de vlerken gelijktijdig aan boord gehesen.

Omringende kieuwnetten

Omringende kieuwnetten zijn kieuwnetten die om een school vis worden uitgezet. Omringende kieuwnetten worden vaak gebruikt voor vissen die zich in scholen voortbewegen en voeden, zoals sardien, makreel en horsmakreel. Als het net rondom de scholende vis is uitgezet, slaan vissers met peddels op het water om vis het net in te jagen.   Deze vangstmethode heeft weinig bodemimpact.  

Ongeacht methode – bijvangst

Potten

Pulskor

Bij de pulskor zijn de wekkerkettingen vervangen door lichte draden die stroomstoten (pulsen) afgeven. Hierdoor schrikt de vis op uit de bodem. Dit tuig levert een aanzienlijke brandstofbesparing op (20-40%) t.o.v. een boomkor met wekkerkettingen en is tevens minder schadelijk voor de zeebodem. Ook is het een selectievere vorm van vissen, met minder bijvangst. De meeste pulskorvissers combineren de pulstechniek tegenwoordig met de 'sumwing'. Dit heet dan pulswing. De hydrorig creëert waterwervelingen waardoor de platvis omhoog komt. Dit levert een brandstofbesparing op van 35% t.o.v. de traditionele boomkor. Ook de bijvangst is aanzienlijk kleiner. De neveneffecten van de 'pulsen' zijn echter nog niet bekend.

Recirculatiesysteem

Een recirculatiesysteem heeft een ingebouwd waterzuiveringssysteem. Na zuivering stroomt het schone water terug naar de visvijver (recirculatie). Het waterverbruik van het systeem is hierdoor laag. Productiefactoren zoals temperatuur, hoeveelheid voer, zuurstof, pH en afvalstoffen in het water zijn nauwkeurig te controleren en te optimaliseren, omdat het systeem volledig is afgesloten van de omgeving. Vissen kunnen niet ontsnappen en ziektes kunnen zich vrijwel niet verspreiden naar wilde vispopulaties. Het gebruik van geneesmiddelen en chemicaliën is tot nul terug te brengen. Nederland heeft de afgelopen jaren veel kennis opgebouwd over recirculatiesystemen. De voordelen van een recirculatiesysteem zijn de volledige beheersing van het productieproces, en het is milieuvriendelijk omdat het afvalwater wordt gezuiverd en hergebruikt.

Ringnetten en kruisnetten

Ringnetten en kruisnetten zijn een actieve vangstmethoden, gericht op het vangen van pelagische soorten. Ringnetten worden in een cirkel uitgezet, om een school vissen heen. Vervolgens wordt het net aan de onderkant gesloten en binnengehaald. Ringnetten variëren van klein tot groot. Kruisnetten zijn vierkante visnetten die vastzitten aan twee, elkaar kruisende, gebogen stokken. Op de plaats waar de twee stokken kruisen is een lijn bevestigd waarmee het net verticaal bewogen kan worden vanaf een vaartuig of van wal. Het vierkante net ligt op de bodem en wordt na enige tijd snel omhoog getrokken.  De vis die boven het net zwom wordt zo gevangen. Afhankelijk van de doelsoort, worden lampen of aas gebruikt om de vis aan te trekken.

Ringzegen

Vis die in scholen in de waterkolom zwemt, is efficiënt met een ringzegen te vangen. De visser zet het net in een cirkel uit, om een school vissen heen. Vervolgens wordt het net aan de onderkant gesloten en binnengehaald. Een ringzegen wordt gebruikt om pelagische vissen te vangen, zoals haring en makreel. De bijvangst hangt af van de doelsoort. De ringzegens variëren van klein tot groot (ca 150 meter hoog tot 500 meter breed). Het brandstof verbruik is laag en er is geen impact op de bodem.  Bijvangst kan veel zijn, met name in de tonijnvisserij.

Ringzegen met FAD

Fish Aggregating Devices (FADs) zijn drijvende objecten zoals boeien of drijvers die gebruik maken van de eigenschap van veel vissoorten om samen te scholen bij drijvende objecten. Als er genoeg vis rond de FAD zwemt wordt alles wat eromheen zwemt gevangen met de ringzegen. Geavanceerde FADs hebben sonar en GPS, zodat de vissers via satellieten kunnen zien waar de FADs zijn en hoeveel vis er omheen zwemt. Omdat tonijn met andere (tonijn)soorten samenschoolt rond FADs leidt vissen met ringszegens tot aanzienlijke bijvangsten, waaronder zeeschildpadden, roggen, zeevogels en haaien.

Ringzegen zonder FAD

Omdat Fish Aggregating Devices (FADs) zorgen voor veel bijvangst zoals zeeschildpadden, roggen, zeevogels en haaien, zijn ringzegens zonder FADs een duurzamere vangstmethode.

Schakels

Schakels oftewel schakelnetten zijn netten die bestaan uit drie lagen waarin vissen verstrikt raken en door spartelen steeds vaster komen te zitten. Schakels bestaan uit drie achtereen geschakelde netten, waarvan de twee buitenste wijdmazig zijn, en het binnennet fijnmazig en loshangend is. De vis zwemt door het eerste net, stuit tegen het binnennet en duwt dit door het tweede buitennet, waardoor een zakje gevormd wordt waarin de vis gevangen raakt. Deze vangstmethode heeft weinig bodemimpact. Er is wel bijvangst en teruggooi van ongewenste soorten (soms bedreigde soorten). Verlies van schakels veroorzaakt schade (ghostfishing).    

Schotse zegens

Schotse zegens bestaan uit een kuilnet met aan weerszijden een lange lijn (de zegentouwen). Aan het uiteinde van een van deze zegentouwen wordt een boei bevestigd. De boei, het eerste zegentouw, het net, en het tweede zegentouw worden achtereenvolgens uitgezet terwijl het schip met een grote boog terugvaart naar de boei. Aangekomen bij hetbeginpunt worden de zegentouwen langzaam binnengehaald. Bij Schotse zegens, ook wel flyshoot genoemd, stoomt het schip bij het binnenhalen langzaam vooruit. Nederlandse vissers vissen met flyshoot op poon, mul, inktvis en schol. Deze techniek heeft een kleinere bodemimpact dan de bodemsleepnetten en een laag brandstofverbruik

Sleeplijnen

Sleeplijnen zijn lijnen die met (kunst)aas al varend door de waterkolom worden getrokken. Wanneer er beet is worden de sleeplijnen met de hand of machinaal ingehaald.

Sleepnetten

Sleepnetten zijn kegelvormige netten eindigend in een kuil die door de waterkolom of over de bodem worden gesleept. De sleepnetten worden aan weerszijde of aan de achterzijde van de boot voortgetrokken. Deze vangstmethode wordt veel gebruikt in de visserij op witvis (zoals kabeljauw, wijting en schelvis) en platvis (zoals tong en schol). Bodemsoorten leven vaak in gemengde groepen, zodat naast de doelsoort ook andere soorten in de netten terechtkomen. Deze vorm van visserij heet soms ook: gemengde visserij. Sleepnetten worden op verschillende manieren opengehouden. Gelieerde technieken: Garnalenkor, Sumwing, Pulskor, Pulswing, Hydrorig, Bordenvisserij, Twinrig / Multirig, Pelagische sleepnet, Spanvisserij Garnalenkor is een lichtere vorm van boomkor. In plaats van wekkerkettingen wordt een ‘klossenpees’ gebruikt. Dit is een touw met rubberen klossen die over de bodem rollen om de garnalen op te schrikken. Meestal wordt een ‘zeeflap’ aangebracht in het net om bijvangsten te verminderen. Het is een effectieve manier om garnalen te vangen en het heeft een kleinere bodemimpact, maar niet verwaarloosbaar. Ook is er veel bijvangst. Sumwing / pulskor / pulswing / hydrorig zijn experimentele vangstmethodes van Nederlandse vissers om brandstofverbruik, bodemberoering en bijvangsten terug te brengen. Bij de sumwing wordt het kuilnet aan de bovenkant opengehouden met een zwevende ‘vleugel’. Deze vervangt de zware boom en verzwaarde sloffen van de traditionele boomkor. Dit levert een aanzienlijke brandstofbesparing op én verminderd de invloed op de bodem. Bij de pulskor zijn de wekkerkettingen vervangen door lichte draden die stroomstoten (pulsen) afgeven. Hierdoor schrikt de vis op uit de bodem. Dit tuig levert een aanzienlijke brandstofbesparing op (20-40% t.o.v. een boomkor met wekkerkettingen) en is tevens minder schadelijk voor de zeebodem. Ook is het een selectievere vorm van vissen, met minder bijvangst. De pulswing is een combinatie van de pulstechniek met de sumwing. De hydrorig creëert waterwervelingen waardoor de platvis omhoog komt. Dit levert een brandstofbesparing op van 35% t.o.v. de traditionele boomkor. Ook de bijvangst is aanzienlijk kleiner. Desondanks zijn de neveneffecten van vissen met pulsen nog onbekend. Bordenvisserij  is een algemene benaming voor gebruikt van netten waarbij aan de zijkanten scheerborden zijn bevestigd. Bij verplaatsing door het water scheren de borden naar buiten waardoor het net in de breedte wordt opengetrokken. Twinrig/Multirig zijn twee of meer kuilnetten die in serie naast elkaar zijn  geschakeld en aan de achterzijde van de boot voortgetrokken. In de Noordzee wordt met twinrig gevist op Noordse kreeftjes, kabeljauw, wijting en schelvis en in de zomer ook op schol, schar en mul. Het is een brandstof besparende vorm van sleepnetvisserij. Het heeft minder bodemimpact, maar veel bijvangst bij visserij op kleine kreeftjes (fijne mazen). Pelagische sleepnetvisserij gebruikt een kuilnet die door de waterkolom wordt getrokken. Scheepsborden houden het net in de breedte open. Spanvisserij gebruikt een kuilnet die door de waterkolom wordt getrokken. Het net wordt het net door twee boten voortgetrokken en opengehouden (ookwel spantrawls)

Spantrawls

Bij spantrawls worden kuilnetten door de waterkolom getrokken. Spantrawls worden door twee boten voortgetrokken en zo in de breedte opengehouden, samen met scheepsborden. Lange kabels van staal of een combinatie van touw kan worden ingevoegd tussen het net en de schering, om de breedte van het net te vergroten. Kabels van 4500 meter resulteren in een breedte van 4500 meter; Dat is twee keer de breedte van een conventionele ottertrawl/bodemtrawl. Deze vismethode maakt de vangst van hele scholen makreel of haring mogelijk. Over het algemeen is de bijvangst klein. Er is relatief laag brandstofverbruik en geen bodemimpact.

Spanzegens

Strandzegens

Een strandzegen is een lang net, met of zonder zak in het centrum, dat vanaf de oever rond een bepaald gebied wordt uitgezet. Hier is vaak een kleine boot voor nodig. Twee touwen zitten aan beide uiteinden van het net en worden gebruikt voor het binnen halen van de gevangen vis. De doelsoorten zijn voornamelijk bodemvissen en in mindere mate pelagische soorten. Een (potentiële) negatieve impact van strandzegens zijn bijvangsten door het gebruik van te grote netten of te kleine maasgrootte.

Trolling

Trolling is een vismethode die vooral gebruikt wordt om verschillende soorten tonijn te vangen. Een trolling lijn bevat haken met natuurlijk of kunstmatig aas. De trolling lijnen worden door het water getrokken door een schip. De lijnen hangen dichtbij het wateroppervlak of op een vooraf bepaalde diepte in de waterkolom. De schepen die hiervoor gebruikt worden variëren van kleine, open boten tot grote schepen van 25-30 meter lang waar de vangst direct kan worden ingevroren. Afhankelijk van de grootte van het schip kunnen er tot wel 20 lijnen tegelijk uitgezet worden. De tonijn wordt gelokt door het aas en valt van onderaf aan. Hierbij komen ze soms zelfs boven het wateroppervlak uit. De tonijn komt vast te zitten aan de haak en kan worden binnengehaald. Trolling is een selectieve vismethode met weinig bijvangst. De vangst kan aan boord gecontroleerd worden en teruggegooid wanneer nodig. Ook raakt de vangst niet beschadigd, zo blijft de kwaliteit hoog.

Vanaf de oever bediende kruisnetten

Een vanaf de oever bediende kruisnetten zijn vierkant visnetten die vastzitten aan twee, elkaar kruisende, gebogen stokken. Op de plaats waar de twee stokken kruisen is een lijn bevestigd waarmee het net verticaal bewogen kan worden. Vanaf de oever bediende kruisnetten zijn vaak statische platforms die geplaatst langs de kust of op rivieroevers. Het  heffingssysteem van het net gaat soms mechanisch. Moderne vanaf de oever bediende kruisnetten worden manueel bedient of door gemotoriseerde lieren. De vis wordt soms aangetrokken met behulp van aas of licht.  

Vanaf een schip bediende korren

Vanaf een schip bediende korren worden gebruikt voor het verzamelen van schelp- en schaaldieren van de bodem. Het schip sleept de kor over de bodem waardoor schelp-en schaaldieren worden gevangen. Korren zijn gelijk aan trawlnetten. Grote schepen kunnen meerdere korren tegelijk slepen, aan weerszijden van het schip. Deze vangstmethode heeft bodemimpact.

Vanaf een vaartuig bediende handkorren

Vanaf een vaartuig bediende handkorren zijn kleine, lichte korren die bestaan uit een mondframe met een kuilnet daarachter gemaakt van metalen ringen of mazen.    

Vanaf het schip bediende kruisnetten

Vanaf het schip bediende kruisnetten zijn vierkante visnetten die zijn vastgemaakt aan twee, elkaar kruisende, gebogen stokken. Op de plaats waar de twee stokken kruisen is een lijn bevestigd waarmee de vanaf het schip bediende kruisnetten verticaal bewogen kan worden. Afhankelijk van de doelsoort, worden lampen of aas gebruikt om de vis aan te trekken. Vanaf het schip bediende kruisnetten worden mechanisch of met de hand binnengehaald. Om een groot kruisnet open te houden zijn verscheidene lange stokken nodig aan een of beide zijden van de boot. Een aantal katrollen en/of lieren laten het net zakken en halen het op. De onvoorziene bijvangst is laag, maar eventuele lampen trekken meerdere vissoorten aan.

Vijverteelt

Vijverteelt is het kweken van vis en schaaldieren in vijvers. Er bestaan twee types vijverteelt: extensief en intensief.

Vijverteelt biologisch

Vijverteelt is het kweken van vis en schaaldieren in vijvers. Er bestaan twee types vijverteelt: extensief en intensief.

Vijverteelt extensief (biologisch)

Extensieve vijverteelt is het kweken van vis of schaaldieren in vijvers zonder extra voer toe te voegen. De vissen leven van de algen en zoöplankton die van nature in de vijver voorkomen. Soms wordt de productie van algen en zoöplankton gestimuleerd door dierlijke meststoffen en organisch huishoudelijk afval aan het water toe te voegen. Extensieve teelt is de enige teeltvorm waar een zeer hoge voedselefficiëntie mogelijk is. De voedselefficiëntie geeft aan hoeveel kilo vis er wordt geproduceerd per kilo toegediend voer. Extensieve vijverteelt heeft nauwelijks negatieve effecten op de omgeving mits de uitgezette vis van nature ook in de omgeving voorkomt en de aanleg van de vijvers niet ten koste is gegaan van waardevolle ecosystemen en natuurgebieden zoals mangroves. Extensieve vijverteelt heeft een hoge voedselefficiëntie, maar een lage opbrengst. Er is veel vijveroppervlak nodig per ton geproduceerde vis.

Vijverteelt Intensief

Bij vijverteelt intensief vindt extra beluchting plaats en worden de vissen of schaaldieren bijgevoerd. De productie in de vijver is daardoor hoger dan de natuurlijke productie. Beluchting gebeurt vaak door zogenaamde ‘paddle wheels’. De vijvers zijn gesloten systemen, maar het afvalwater uit de visvijver wordt geloosd in kanalen, rivieren of de zee. Het ongezuiverd lozen van afvalwater heeft een negatief milieueffect. Soms gaat de aanleg en ontwikkeling van intensieve kweeksystemen ten koste van waardevolle ecosystemen en natuurgebieden, zoals mangroves. Vijverteelt intensief heeft een hoge productie opbrengst (tien maal groter dan extensieve vijverteelt). Deze manier van kweek is daarentegen ruimte- en energiebehoevend.

Zakken

In Frankrijk worden oesters uitgekweekt op ‘tafels’ in zakken. Deze tafels staan in getijdengebieden. Het broed wordt in Frankrijk vooral in broedhuizen gekweekt, voordat het in de zakken wordt geplaatst. Het kweken van oesters is zakken heeft geen bodemimpact.

Zegens

Vis die in scholen in de waterkolom zwemt, is efficiënt met zegens te vangen. Zegens bestaan uit een kuilnet met aan weerszijden een lange lijn (de zegentouwen). Aan het uiteinde van een van deze zegentouwen wordt een boei bevestigd. De boei, het eerste zegentouw, het net en het tweede zegentouw worden achtereenvolgens uitgezet terwijl het schip met een grote boog terugvaart naar de boei. Aangekomen bij het beginpunt worden de zegentouwen, met daaraan het net, langzaam binnengehaald. Hierbij scheren de lijnen over de bodem en drijven de vissen het net in. Gelieerde technieken: Ringzegen, Ringnetten, Bodemzegen, Purse seine, Flyshooten, Snurrevaad, Harpoen. De vangsttechnieken ringzegen, purse seine en ringnetten worden gebruikt om pelagische vissen, zoals haring en makreel, te vangen. De visser zet het net in een cirkel uit, om een school vissen heen. Vervolgens wordt het net aan de onderkant gesloten en binnengehaald. De bijvangst hangt af van de doelsoort. De ringnetten variëren van klein tot groot (ca 150 meter hoog en 500 meter breed). Er is bij deze vangsttechnieken laag brandstofverbruik en geen bodemimpact, maar soms veel bijvangst (met name in de tonijnvisserij). Snurrevaad is een andere naam voor Deense Zegens. Flyshooten is een andere naam voor Schotse Zegens. Harpoenen worden gebruikt bij grote en snelle vissoorten, zoals zwaardvis en marlijn. Een harpoen is zeer selectief en heeft geen bodemimpact en bijvangs

Zwevende ottertrawls

Zwevende ottertrawls zijn kegelvormig netten die door de waterkolom worden gesleept. De netten hebben een kegelvormig lichaam, doorgaans bestaande uit vier panelen, en eindigen in een kuil. Vanaf de opening zitten zijvleugels die voorwaarts uitstrekken. De horizontale opening van de zwevende ottertrawls wordt open gehouden door otter planken, de verticale opening door drijvers en gewichten. Zwevende ottertrawls hebben geen impact op de bodem en er is weinig bijvangst.

Deel deze pagina:
Email this to someoneTweet about this on TwitterShare on FacebookPin on PinterestShare on Google+Share on LinkedIn