Overbevissing

Overbevissing

Volgens de 2009 cijfers van de Voedsel- en Landbouworganisatie (FAO) van de Verenigde Naties wordt wereldwijd 30% van de beviste visbestanden overbevist. Bijna 60% wordt maximaal bevist en verdraagt geen verdere toename van de visserijdruk. Van overbevissing is sprake wanneer er meer vis wordt weggevangen dan dat er jaarlijks bijkomt in een vispopulatie. Dat gebeurt als de visserijsterfte hoger is dan de natuurlijke aanwas minus de natuurlijke sterfte in een populatie. Het visbestand zal in dit geval afnemen. Als er geen corrigerende maatregelen worden genomen en de visserijdruk wordt niet bijgesteld dan kan het visbestand in gevaar komen. Er zijn dan onvoldoende volwassen (paairijpe) vissen om de populatie op peil te houden. Onder langdurige overbevissing dreigt instorting van het visbestand.
Soms is de visserijdruk voldoende laag om bestandsgroei toe te staan, maar is het bestand in zodanig slechte staat (door overbevissing in het verleden of door natuurlijke omstandigheden) dat we nog steeds spreken van een ‘overbevist bestand’. Om te bepalen of er sprake is van overbevissing wordt dus zowel naar de visserijdruk op een bestand gekeken (de sterfte die een visserij veroorzaakt) als naar de visstand (de hoeveelheid volwassen vis in de populatie).

Deel deze pagina:
Email this to someoneTweet about this on TwitterShare on FacebookPin on PinterestShare on Google+Share on LinkedIn