Goede VIS is een initiatief van Stichting De Noordzee
VISwijzer nu ook voor de iPhone Sinds kort is de VISwijzer gratis te downloaden als handige applicatie op de iPhone.Lees verder >>
Vis eten in het restaurant, heerlijk! Maar nog lang niet alle vis die op de menukaart staat, is duurzaam. De campagne 'Duurzame vis op de kaart', heeft ten doel om meer verantwoord gevangen en gekweekte vis op het menu in Nederlandse horeca te krijgen. Lees verder
De campagne 'Duurzame vis op de kaart' is een initiatief van:
Claresse® (Heteroclarias spp) is een Nederlandse, gekweekte zoetwater witvis die is voortgekomen uit een natuurlijke kruising tussen twee meervalsoorten. Meerval staat op de VISwijzer in het groen. Claresse® is te gebruiken als duurzame vervanger voor witvissoorten die nog (voornamelijk) in de rode kolom staan, zoals de kabeljauw, tong en schol. Claresse® is overigens wel onder deze merknaam terug te vinden op goedevis.nl.
Forel wordt steeds meer in zee gekweekt, net als zalm. Daarbij spelen vergelijkbare problemen als bij de zalmkweek. De oude beoordeling was alleen gebaseerd op zoetwaterkweek.
De Hollandse garnaal staat net in het groen. De garnaal is een klein beestje en dus gebruiken vissers netten met kleine ‘maaswijdtes’. Hierdoor worden kleine andere vissen en zeedieren bijgevangen. Het hangt af van de vissoort, maar veelal gaat de bijvangst dood overboord. Het vistuig schuurt licht over de bodem, maar veel minder dan de boomkorvisserij op platvis op de Noordzee. De vissers doen hun best om verbeteringen door te voeren; om in het ‘groen’ te blijven zullen er maatregelen getroffen moeten worden. Ook zitten ze in het proces voor MSC certificering en zijn regels opgelegd door de Natuurbeschermingswet (NB-wet).
Hollandse garnalen worden vooral gevangen door Nederlandse, Duitse en Deense vissers op de Waddenzee en de kustzone van de Noordzee. De handel, die de garnalen opkoopt, vervoert de garnalen met vrachtwagens naar Marokko en Polen om gepeld te worden. Arbeid is daar veel goedkoper. In die vrachtwagens zit diesel, waardoor CO2 uitgestoten wordt. In de beoordelingen voor Goede VIS wordt brandstof voor transport niet meegenomen (zie methode). Let wel; voor het vissen op garnaal is veel meer brandstof nodig dan het transport naar Marokko.
Ja, dat kan met de meeste haring, hoewel het haringbestand er wel minder goed voor staat dan in eerdere jaren. De haring uit de Westelijke Oostzee staat in het oranje, omdat het beheer daar nog niet zo goed op orde is, en de visserijdruk veel hoger dan wenselijk. De haring uit de Noordzee heeft het MSC-keurmerk. Er is een lange termijn beheerplan dat er voor moet zorgen dat de visstand binnen veilige grenzen blijft, ook als de visstand door natuurlijke oorzaken daalt, zoals nu het geval is in de Noordzee. De visserij moet het beheer goed houden om het MSC-keurmerk te behouden. Bij de visserij op haring wordt bijna geen vis bijgevangen. De netten gaan niet over de bodem en dus is er verder weinig schade aan het ecosysteem. De meeste verse haring die je in Nederland kunt kopen heeft inmiddels het MSC-keurmerk. Maar, het is niet altijd in de winkel als zodanig terug te vinden. De winkel moet namelijk ook gecertificeerd zijn (‘Chain of Custody’) om een vis met MSC-label te mogen verkopen. Stel bij twijfel gerust vragen!
Die uit de Barentszzee is van oranje naar groen gegaan. Er is daar een goed bestand en goed beheer, illegale visserij wordt aangepakt. Er is ook MSC-gecertificeerde kabeljauw uit Noorwegen.
Kabeljauw uit IJsland (trawlvisserij) is van oranje naar rood gezakt, omdat het minder goed gaat met het bestand en IJsland bovendien de biologische adviezen niet meer volgt. Kabeljauw uit IJsland staat ook in de oranje kolom. Deze kabeljauw wordt gevangen met een betere vangsttechniek dan de trawlvisserij, namelijk met lijnenvisserij.
Kabeljauw in Noordzee is overigens aan het herstellen, maar is nog niet op veilige niveaus. Die kun je dus nog beter met rust laten.
Ja, het gaat nog altijd niet goed met de kabeljauw in de Noordzee. Als je kabeljauw wilt eten moet je goed opletten op de etiketten of de informatie in de viswinkel. Je kan beter kiezen voor kabeljauw uit IJsland (oranje). Daar gaat het beter met de bestanden door beter beheer. Ook gekweekte kabeljauw uit Noorwegen staat in het oranje. Het beste kun je biologisch gekweekte kabeljauw uit Schotland eten (groen).
Er zijn goede afspraken gemaakt over het duurzaam winnen van mosselzaad, waardoor dit belangrijke negatieve aspect van de mosselkweek tot het verleden gaat behoren.
De laatste jaren neemt de visserij op deze twee vissoorten toe; ze zijn lekker en er is vraag naar. De visserij neemt dus toe, maar het beheer van deze visserij is nog niet goed georganiseerd. Er zijn bijvoorbeeld geen quota en de vissers werken niet samen om het bestand op peil te houden. Deze soorten worden bijgevangen in de boomkorvisserij en vervolgens aangeland. Door het gebrek aan beheer zouden de bestanden wel eens achteruit kunnen gaan.
Het gaat niet goed met de hoeveelheid paling in zee. De paling is een bijzondere vis die paait in zout water (de Saragossazee). De kleine palinkjes, glasaal, trekt vervolgens naar de rivieren in Europa en groeit daar op. Pas als de vis volwassen is zwemt hij weer terug naar zee. Zowel glasaal als paling is altijd bevist. In vijftig jaar is de palingstand in ons land met 90% teruggelopen! Paling uit het wild scoort dus rood. Maar ook gekweekte paling scoort rood; omdat paling niet in gevangenschap voortplant wordt de glasaal uit het wild gehaald en ‘vetgemest’ in kwekerijen. Bovendien is om paling te kweken heel veel visvoer nodig, en ook de vis voor het voer komt meestal uit visbestanden die te zwaar bevist worden. Paling krijgt hierdoor niet de kans om voort te planten en is daarom met uitsterven bedreigd. Als de visboer zegt dat je wel gewoon paling kunt eten omdat het gekweekt is, dan weet je nu dus wel beter.
Schol en tong zijn bekende, typisch Nederlandse vissoorten. Nederlandse vissers hebben zich gespecialiseerd in de visserij op deze soorten. Zij hebben in de jaren tachtig heel veel geld geïnvesteerd in grote boten om juist deze vissoorten te vangen. De meeste vissers gebruiken de boomkor. In deze visserij slepen zware kettingen over de bodem, die veel schade aan het bodemleven toebrengen. Omdat de maaswijdtes van de visnetten bovendien klein zijn (80 mm tot 100 mm) worden er veel andere vissen bijgevangen.
Er staat nu ook schol uit de Noordzee in de oranje kolom. Dit heeft te maken met de betere vistechniek, die een aantal Noordzeevissers gebruikt. De vissers vangen schol in de Noordelijke Noordzee met een ‘twinrig’. Twinrig is een relatief lichte vorm van sleepnetvisserij, waarbij met behulp van rubber kabels een vibratie wordt afgegeven boven de zeebodem. Dit vistuig leidt tot minder bodemschade en minder bijvangst. De twinrigvissers kunnen ieder moment hun MSC-certificaat halen zodat ze de eerste MSC-schol aan land kunnen brengen. Ook schol gevangen met boomkor waarbij grote mazen worden gebruikt, staat in oranje. Dit komt omdat er bij deze visserij veel minder bijvangsten zijn dan in de boomkorvisserij met 80 mm.
In de VISwijzer van WNF en Stichting De Noordzee staat schol in de rode kolom. Dit betekent: ‘liever niet eten’. De reden hiervoor is dat de vangstmethode veel bijvangst en bodemschade met zich meebrengt. Beide organisaties zijn er dan ook geen voorstander van om het eten van schol te promoten, zolang deze vissoort niet op duurzame wijze wordt gevangen.
Juist sliptong zou je moeten laten zwemmen! Sliptong is de kleinste maat tong die door vissers aangeland mag worden bij de afslag. Brussel heeft naast de quota voor tong ook regels opgesteld voor de minimum aanlandingsmaat. Voor tong is dit 24 cm. Bij die lengte heeft de vis nog niet eens gepaaid! Om deze kleine tong te vangen gebruiken de vissers netten met een kleine maaswijdte (80 mm). Daardoor zijn de bijvangsten groot; voor elke sliptong gaan 6 te kleine schollen (die dus niet aangeland mogen worden) overboord. Ongeveer 60% van alle tong die vissers aanlanden is sliptong. Dat laat wel zien dat er te weinig volwassen tong in zee is; dit bemoeilijkt het herstel van het bestand. Vooral in restaurants en strandtenten vind je sliptong op de kaart.
Dat hangt er van af. Tilapia wordt gekweekt. Tilapia is grotendeels een planteneter. Daarom heeft de vis veel minder voer nodig dan bijvoorbeeld zalm of paling. En dat is op zich goed, want om visvoer te maken wordt veel vis gevangen door de zogenaamde industrievisserij. Als consument moet je goed opletten waar de vis vandaan komt; in Zuidoost Azië worden andere kweeksystemen gebruikt dan in Nederland/ België. Let dus goed op de etiketten in de supermarkt. De zogenaamde recirculatiesystemen zijn ‘milieuvriendelijker’ dan de kweeksystemen die in Azië worden gebruikt. Hopelijk is er snel tilapia te koop met een biologisch keurmerk. Dan is het veel makkelijker kiezen voor de consument.
Gelukkig zijn er steeds meer vissers die overstappen op duurzamere technieken om tong te vangen. Een groep tongvissers die in de Noordzee vist met netten die verticaal in zee worden gehangen of op de bodem worden geplaatst (staand want), is het MSC-certificeringsproces ingestapt. Deze vorm van visserij kost weinig energie, is zeer selectief en de bijvangsten zijn beperkt. De tong die met staand want netten wordt opgevist staat in het groen en kun je met een goed gevoel eten.
Er is in Nederland al tong te koop met het MSC-keurmerk. Deze tongvisserij is een kleinschalige visserij in Engeland (Hastings), die de tong zonder veel schade vangt met staand want netten.
Er is ook tong in het oranje: deze komt van een kleinschalige visserij uit Gambia en wordt geïmporteerd naar Nederland.
Tonijn is een populaire vis en dat is te merken ook. De vissoort wordt zwaar bevist. Bovendien zwemt tonijn ver en dat bemoeilijkt het bestandsbeheer van deze soort.
In Nederland eten we vooral geelvintonijn en skipjacktonijn.
Met skipjacktonijn gaat het in het algemeen wat beter dan met de geelvinbestanden. De meeste skipjack zit in de oranje kolom, maar als je goed zoekt kun je ook groene skipjack vinden. Deze moet dan wel met handlijnen gevangen zijn!
De geelvintonijn staat nog steeds in het rood, maar er wordt ook met handlijnen gevist op geelvin. Die staat in de oranje kolom.
Alle blauwvintonijn - die veel in Japan wordt gegeten - staat nog steeds in het rood.
Gelukkig zijn er tonijnbestanden waar het beter meegaat en hebben we nu de eerste MSC-gecertificeerde tonijn: de Albacore (witte) tonijn! Deze wordt duurzaam gevangen aan de westkust van de VS in de Stille Oceaan! De vissen worden letterlijk per stuk uit de zee gehengeld, waardoor er geen bijvangst is. De MSC-Albacore tonijn is vers en in blik te verkrijgen bij viswinkel en groothandel Fishes.
Tonijn, vooral blauwvintonijn, wordt steeds vaker gekweekt. Dat gebeurt bijvoorbeeld in de Middellandse Zee. Maar ook die tonijn kan je beter niet eten. De kleine tonijnen komen uit het wild, en dat bestand staat al zwaar onder druk. Voor het ‘vetmesten’ van tonijn is heel veel visvoer nodig. En dat visvoer wordt nog altijd grotendeels gemaakt van vissoorten uit het wild die te zwaar bevist worden.
Wie Darwin’s Nightmare heeft gezien, zal misschien geen nijlbaars meer willen eten. De film gaat over de sociaaleconomische gevolgen van de globalisering van de handel in nijlbaars; de voor de lokale bevolking onbetaalbare vis wordt per vliegtuig geëxporteerd naar Europa en Japan. Toch scoort de vis oranje op de VISwijzer. Hoe kan dat? Voor de VISwijzer worden vissoorten beoordeeld op de gevolgen voor natuur en milieu. Op basis daarvan komt de Victoriabaars in het oranje. De vis is in de jaren ’60 uitgezet in het Victoriameer. Hij komt er dus niet van nature voor. De schade aan de oorspronkelijk aanwezige dieren en planten was enorm. Maar nu is de vis er eenmaal en de schade is gedaan. In het Victoriameer dreigt overbevissing, maar het beheer is aan het verbeteren. Overigens hebben de Lake Victoria Fisheries Organization (LVFO) en de World Conservation Union (IUCN) in een brief aan de filmmaker aangegeven dat de film een vertekend beeld geeft van de situatie bij het Victoriameer, en dat de visexport wel degelijk een bijdrage levert aan de ontwikkeling en de sociaaleconomische situatie van de lokale bevolking. Er komt binnenkort ook Victoriabaars met het Ekolabel van het Duitse Naturland.
Het antwoord op deze vraag is niet zo makkelijk. De wilde zalm bestanden uit de Westelijke Stille Oceaan staan in het rood omdat er onduidelijkheid is over de visstand. De zalm is daar zwaar afhankelijk van uitzet-programma’s waarbij gekweekte wilde zalmpjes het bestand moeten aanvullen. De wilde zalm uit Canada stond op de vorige VISwijzer in het groen, maar is nu naar oranje gezakt. Het gaat niet goed met de aanwas van deze zalmbestanden, ondanks goed beheer. Maar er is ook wilde Alaska zalm waar het wel goed mee gaat. Deze visserij heeft al meer dan 5 jaar het MSC-keurmerk voor een duurzame visserij. Die wilde zalm kun je dus met goed gevoel eten.
De kweek van zalm is in de jaren tachtig sterk gegroeid. Bij die kweek spelen een aantal milieuproblemen. Voor het voer wordt wilde vis gebruikt, er is kans op ontsnapping waardoor de genetische variatie van wilde soorten wordt aangetast, en er is een verhoogde kans op ziekten bij beesten in gevangenschap. Maar in Europa is er inmiddels strenge wetgeving. De viskwekers in dat Noorwegen en Schotland hebben hun beheer sterk verbeterd. Voor gekweekte zalm uit Chili is het beheer veel minder goed en zijn er minder strenge regels. Eet liever de gekweekte zalm uit Europa. Er is ook kweekzalm te koop met een biologisch keurmerk (verkrijgbaar bij natuurvoedingswinkels). Die kun je nog beter kiezen!