Bij intensieve teelten wordt extra voer toegediend. Voor plantenetende soorten als karpers is dat niet zo’n probleem. Maar veel commercieel belangrijke soorten, zoals zalm, heilbot en tarbot, zijn carnivoor en hebben veel vismeel (=eiwit) en visolie (=belangrijke vetten) nodig om snel te groeien. De visvoerindustrie maakt het vismeel en visolie uit wilde vis. Die wordt lang niet altijd even duurzaam gevangen. De allergrootste visserij ter wereld, de anchoveta-visserij in Peru en Chili (ruim 11 miljoen ton) is een zogenaamde industrievisserij.
De viskweek is, samen met de intensieve veehouderij (daar gaat ook veel vismeel naar toe), mede verantwoordelijk voor overbevissing van een aantal soorten die niet voor directe consumptie geschikt zijn.