Goede VIS is een initiatief van Stichting De Noordzee
VISwijzer nu ook voor de iPhone Sinds kort is de VISwijzer gratis te downloaden als handige applicatie op de iPhone.Lees verder >>
Vis eten in het restaurant, heerlijk! Maar nog lang niet alle vis die op de menukaart staat, is duurzaam. De campagne 'Duurzame vis op de kaart', heeft ten doel om meer verantwoord gevangen en gekweekte vis op het menu in Nederlandse horeca te krijgen. Lees verder
De campagne 'Duurzame vis op de kaart' is een initiatief van:
Te hoge visserijdruk (te veel schepen voor te weinig vis), vaak veel ongewenste bijvangst, schadelijke visserijtechniek (met name voor bodemleven), hoog brandstofverbruik, en vaak slechte regulering en controle van de visserij waardoor er veel illegaal wordt gevist. Ook wordt er nog te veel gevist in gebieden op zee die je zou moeten beschermen vanwege de waardevolle natuur op en in de zeebodem.
Duurzame visserij is een belangrijk antwoord op overbevissing en bijvangst. Om ook in de toekomst vis te kunnen blijven vangen, moet er voldoende volwassen vis in de zee achterblijven die kan zorgen voor nieuwe aanwas. Duurzame visserij zorgt dat vispopulaties gezond blijven of zich kunnen herstellen en maakt gebruik van vistechnieken waarbij de kans op bijvangst sterk afneemt en de zeebodem minimaal wordt beschadigd. Duurzame visserij is dus niet alleen noodzakelijk voor het behoud van de vis, maar ook voor het behoud van de vissector. Door vis te kopen die op een verantwoorde manier is gevangen, draagt u bij aan de bescherming van de natuur onder water.
Bijvangst is onbedoelde vangst van niet-gewenste soorten. Bijvangst kent verschillende categorieën, namelijk ondermaatse vissen die niet aan land mogen worden gebracht, vissen waar geen vangstquotum voor is of die moeilijk te verkopen zijn, en andere diersoorten zoals dolfijnen en ongewervelde soorten, als zeesterren. Bijvangst is vooral een probleem bij onselectief vangsttuig en kleine mazen, zoals bij de tropische garnalen vangst en bij de boomkorvisserij.
In sleepnetvisserij worden boten gebruikt die met zware kettingen over de bodem slepen (boomkor). Deze kettingen ploegen de zeebodem om, waardoor veel schade aan het bodemleven toegebracht wordt. Planten en dieren in de bovenste laag worden bijgevangen en/of sterven af. Sommige soorten, zoals wormpjes, kunnen zich snel herstellen en dienen tevens als voedsel voor platvis, zoals schol en tong. Andere soorten herstellen zich echter langzamer en moeilijker, zoals schelpdieren. Dit heeft langdurende veranderingen in de samenstelling en een verarming van de bodem tot gevolg. Daarom vinden SDN en WNF het belangrijk dat vissers overschakelen op lichter vistuig met minder bodemschade en bijvangst tot gevolg.
Discards is alles wat overboord wordt gegooid, van ongewenste vis (van de bijvangst) tot het afval (zoals touw) wat in het water terecht komt. Ook wordt soms vis die eerder op de tocht als waardevol werd beschouwd, overboord gegooid en vervangen door een nieuwe betere vangst (dit heet ‘highgrading’).
Vissers jagen vaak gericht op bepaalde soorten vis. Die soorten worden doelsoorten genoemd. De vissers richten zich op die vissoorten, omdat ze weten dat er vraag is naar die vis. De Nederlandse visserij is gericht op vooral tong en schol. In andere soorten vis zijn de vissers minder geïnteresseerd.
Vissers richten zich vaak op bepaalde soorten vis, de doelsoort. Als er met te veel vissers en te grote boten gejaagd wordt op die specifieke soort kan het visbestand onder druk komen. De visserijdruk is te groot. Het bestand wordt dan overbevist. Er blijft te weinig vis in zee over, waardoor er te weinig jonge vis bijkomt. Hierdoor wordt het bestand alleen maar kleiner.
Highgrading betekent dat vissers marktwaardige vis die eerder op de tocht is gevangen, later alsnog overboord gooien – discarden - en vervangen door een nieuwe betere vangst.
De kweek van vis veroorzaakt soms ernstige milieuproblemen. Denk hierbij aan:
- de herkomst van het voer voor de gekweekte vis
- vervuiling van water doordat de mest van de gekweekte vis ophoopt in zeewater of medicijnen in zee terecht komen
- verspreiding van ziektes en parasieten naar wilde vis
- ontsnappingen van gekweekte vis en verspreiding in zee
- aantasting van de kustlijn of het zeemilieu door de aanleg van kwekerijen
Er bestaan verschillende soorten kweeksystemen voor vis. De milieueffecten verschillen per type kweeksysteem en hangen ook af van de gekweekte soort.
De hoeveelheid visoer die nodig is om een kilo vis te kweken is afhankelijk van de vissoort die wordt gekweekt. Uit 1000 kilo wilde vis kan gemiddeld 240 kilo vismeel en 50 kilo visolie gemaakt worden. Vissoorten zoals zeebaars en paling eten veel vismeel en visolie, terwijl een “vegetarische” vis als tilapia of meerval veel minder vismeel en visolie nodig heeft om te groeien.
We moeten wilde populaties niet opgeven met de gedachte dat viskweek een alternatief is. De kweek van vis is niet ter vervanging, maar ter aanvulling. Kweekvis is niet de oplossing voor overbevissing. Ook de kweek van vis veroorzaakt soms ernstige milieuproblemen, zoals watervervuiling en verspreiding van ziektes naar wilde vis. Bovendien worden de meeste kweekvissen gevoerd met wilde vis. Het voer wordt namelijk gemaakt van visbestanden, die vaak ook te zwaar bevist worden. Het probleem van het voer is een van de grootste uitdagingen voor de verduurzaming van de aquacultuur.
Maar net als voor wildgevangen vis zijn er ook kweeksoorten die ‘groen’ scoren. Deze zijn bijna helemaal vegetarisch zijn en worden gekweekt in een productiesysteem dat moet voldoen aan strenge milieueisen (bijv voor het lozen van afvalwater) en waaruit vissen (en dus ook ziektes) niet kunnen ontsnappen.
Dierenwelzijn staat nog niet hoog op de agenda van de visserij. Kwekers hebben meer aandacht voor dierenwelzijn, omdat veel consumenten bij kweek denken aan de bio-industrie en dus gelijk vragen stellen over dierenwelzijn. In de adviezen op de VISwijzer wordt dierenwelzijn niet meegenomen voor wilde soorten. Ook het MSC-keurmerk stelt geen eisen aan dierenwelzijn. In de beoordeling voor gekweekte soorten wordt dierenwelzijn wel meegenomen. Deze informatie verschilt per type kwekerij.
In de Duitse en Noorse keurmerken voor biologische vis is dierenwelzijn wel meegenomen. Ook voor de adviezen voor de VISwijzer is dierenwelzijn een aandachtspunt (o.a. gebruik van hormonen en dichtheden van vis in de kwekerij).
Er is nog veel onbekend over dierenwelzijn van verschillende vissoorten. Omdat vissen koudbloedige dieren zijn hebben ze een andere gevoeligheid voor stress. De ene soort kan hier bovendien beter mee omgaan dan de andere soort. Ook qua bezettingsdichtheid bij kweek hebben verschillende soorten verschillende voorkeuren.
Voedselkilometers is in feite een misleidende term. Het gaat er niet om hoever een vis heeft gereist, maar hoeveel CO2 de vangst of kweek kost. En dan gaat in de praktijk vooral de vangstmethode doortikken. Het is principieel beter om regionale vis te eten. Dat is beter voor het milieu. Maar, door de globalisering zijn bijna alle producten over de hele wereld te verkrijgen, zo ook vis, schelp en schaaldieren.
De zogenaamde Carbon Footprint van veel visproducten is groot, omdat de visserijmethode veel fossiele brandstof verbruikt, of omdat voor de kweek veel energie wordt verbuikt en/of omdat de vis per vliegtuig over de hele wereld wordt vervoerd. Sommige visserijen zijn echt energie-verslinders. De Nederlandse boomkorvloot verbruikt gemiddeld 5 liter brandstof voor één kilo platvis. Bij de trawlervisserij op Noorse kreeftjes wordt zelfs 9 liter diesel per kilo kreeft verbruikt.Door met passieve vistechnieken en lichter tuig te vissen kan het brandstofverbruik in de visserij drastisch worden verminderd. Het maakt veel uit of vis per vliegtuig of per schip (ingevroren) wordt vervoerd: Vliegen kost vele malen meer brandstof (en dus CO2-uitstoot).
Stichting De Noordzee onderzoekt deze Carbon Footprint van verschillende visproducten uit wildvang en kweek, vanaf de productie tot aan je bord. In de loop van dit jaar zullen we hierover meer informatie geven zodat consumenten ook wat betreft het klimaatprobleem een goede keuze kunnen maken.
Nee. Voor het overgrote deel van de vissoorten is het niet wetenschappelijk aangetoond dat het met rust laten in het paaiseizoen van invloed is op de nieuwe aanwas, en dus op de hoeveelheid vis in zee. Seizoensvisserij is dus niet direct aan duurzaamheid te koppelen. Als een soort overbevist is zal het wellicht beter zijn om een vis de mogelijkheid te geven zich voort te planten in de paaiperiode. Seizoensgebonden visserij is misschien een kleine stap richting duurzaamheid, maar zeker niet de oplossing voor de visserijproblematiek. Om visserijen daadwerkelijk duurzamer te maken moet overbevissing, bijvangst en schade aan de bodem worden voorkomen.
Sommige Nederlandse vissers vissen duurzaam, sommigen doen hun best te verduurzamen en sommigen zijn niet duurzaam. De belangrijkste visserij voor Nederland is de boomkorvisserij op tong en schol en deze is niet duurzaam. De Nederlandse vissers hebben zich in de jaren tachtig gespecialiseerd in het vangen van tong en schol. Er varen nog vissers met een boomkor, waarvan een aantal onder buitenlandse vlag. De boomkorvissers hebben veel geld geïnvesteerd in boten van wel 2000 pk (en soms groter) en slepen zwaar tuig over de bodem. Schol en tong die op en in de zanderige bodem liggen worden opgeschrikt en komen in de netten. Het tuig beschadigt ook ander leven op de zeebodem en veel andere vissen worden bijgevangen omdat de netten kleine maaswijdtes hebben. Ook al is de boomkor een wettig vistuig en al vissen de vissers binnen de huidige quota, de schade van de visserij is dusdanig dat deze niet duurzaam is. Tong en schol staan dan ook in het rood. De bestanden moeten verbeteren en de schade van het vistuig moet verminderd worden wil deze visserij duurzaam worden.
Haring De Nederlands haringvissers hebben het MSC-keurmerk en voldoen dus aan de strenge eisen van MSC. Zij vissen duurzaam.
Garnalen Ook de Nederlandse garnalenvisserij doet zijn best om dat keurmerk te krijgen. Er is voor die visserij nog wel wat verbetering nodig, maar als ze de komende 2 jaar hun best doen om maatregelen ook door te voeren dan kunnen zij zich straks ook duurzaam noemen. Lees op www.crangon.nl meer over het initiatief van de garnalenvisserij.
Harder, zeebaars en tong met staand want - Er is in Nederland een kleinschalige kustvisserij op harder, zeebaars en tong. Deze vissers vissen met staand want. Deze vorm van visserij kost weinig energie, is zeer selectief en de bijvangsten zijn beperkt. In deze staandwantvisserij worden geen bruinvissen bijgevangen. Deze vissers spannen zich in om het beheer te verbeteren. Dat is ook nodig, want als de visserij alleen maar groeit – meer en langere netten – dan kan dat problemen veroorzaken. Deze visserij verdient wat ons betreft voorlopig het voordeel van de twijfel.